Aldous Huxley

Aldous Huxley

door oud Victoriaans geslacht
dwepend met Darwin's vuur
naar Eton en Oxford gebracht
doordrenkt in literatuur

door Lady Virginia Woolf gesterkt
debuteert de bibliofiel
met hoogstaand English poetry-werk
in zijn The Burning Wheel

wijl Flanders Fields de doden telt
en hij blindheid bedwingt
treft hem uit het Great War-geweld
een Truiens vlucht'lingskind

zijn paardenkoets trekt ratelend
langs de Hoogbrug naar haar Markt
swijlst knoopt hij zonder aarzelen
zijn bruigoms spencer vast

in het woelige interbellum
rijst hoog zijn schrijversster
en reist zijn Brave New World
een onsterflijke brug te ver





Jan GOFFA, Haspengoud, z.p.: writehi(s)story, 2009, p. 17. Jan Goffa (Aalst 1957). Bouwkundig ingenieur grondonderzoek en leraar. Brustem. Stadsdichter Sint-Truiden uitgeroepen door Het Belang van Limburg 2008 en als tweede Haspengouws fruitdichter aangesteld door de Commanderie der Fruyteniers 2010. Schrijver van limericks on line op www.gedichtegedachten.be. Directe, branievolle gedichten over actualiteit.


ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be