Kasteel van Nonnen-Mielen

Neoclassicistisch kasteel, op de plaats van de voormalige benedictinessenabdij Nonnen-Mielen, in 1231 van de oorspronkelijke vestigingsplaats, bij de stadswallen van Sint-Truiden (zie Sint-Truiden, 23013) naar deze plaats overgebracht; in 1543 werd het klooster (Conventus Sancte Catherine) tot abdij verheven; in 1796 onteigend en verkocht.

In de 18de eeuw vormde de abdij een langwerpig complex met drie neerhoven, waarvan alleen 23013 overblijft; de eigenlijke kloostergebouwen vormden een L-vormige vleugel, waarin de kerk en het gasthuis waren opgenomen.

Het goed is, samen met de abdijhoeve, gelegen op een omwaterd perceel, aan de westzijde door de Melsterbeek afgezoomd; de gebouwen zijn gelegen in een ruim, boomrijk park dat aan de noordoostzijde bereikbaar is via een gekasseide platanendreef, die naar de Diestersteenweg leidt. De gebouwen - kasteel en hoeve - en het omliggende landschap vormen een gave entiteit.

Het kasteel, waarvan de restauratie aan de gang is, is een alleenstaand herenhuis van het dubbelhuistype, vijftien traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (kunstleien), uit de tweede helft van de 18de eeuw en midden 19de eeuw. Het 19de-eeuwse gedeelte is een bakstenen gebouw op een arduinen plint, afgewerkt met arduinen hoekbanden. Twee driezijdige risalieten (derde, vierde en vijfde travee, en in de elfde, twaalfde en dertiende travee); arduinen pui- en kroonlijsten. Steekboogvensters in een arduinen omlijsting met sluitsteen, voorzien van een korte druiplijst; persiennes op beide bouwlagen; centraal deurvenster in de risalieten en balkon met uitgewerkt hek. Getoogde deur in een rechthoekige arduinen omlijsting met sluitsteen; flankerende geblokte posten onder entablement met aansluitend gebroken fronton en centraal wapenschild. De noordelijke voorgevel vertoont een 18de-eeuws poortgebouw in de laatste vier traveeën, met licht uitspringende elfde en twaalfde travee, bekroond door een driehoekig fronton; aflijnende hoekbanden van kalksteen. Vensters van het hoger beschreven type; ovale oculi in een rechthoekige kalkstenen omlijsting onder de dakrand; rondboogpoort in een rechthoekige kalkstenen omlijsting met afgevlakt bossagewerk.

Ten zuidwesten, wagenhuis met ten westen, ommuurde binnenhof, toegankelijk langs poorttoren onder tentdak (kunstleien); tweede helft 19de eeuw. Baksteenbouw met verwerking van arduin. Wagenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (kunstleien). Arduinen puilijst en hoekbanden. Symmetrisch opgevatte oostgevel met drie steekboogpoorten in arduinen omlijsting en dito steekboogvenstertjes op de tweede bouwlaag.

Ten zuidoosten van het kasteel, op de plaats der vroegere kerk (?), neoclassicistisch gebouw van zeven traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (kunstleien), met afgewolfde dakkapellen. Qua stijl en gevelordonnantie zoals het kasteel. Westgevel, afgelijnd met geblokte arduinen lisenen en bekroond door een driehoekig fronton; arduinen rondboogdeur met dito rondboognis erboven, met beeld van Sint-Catherina.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteel van Nonnen-Mielen [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23013 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Expo 1907

De ‘Expositie’

De ‘Expositie’ in 1907 was hét supermoment voor Sint-Truiden. Sinds 1860 had het de eerste plaats in Limburg moeten afgeven aan Hasselt. Maar de provinciegouverneur kwam uit Sint-Truiden en een ambitieus team wilde hier de Luikse tentoonstelling van 1905 overdoen. 




In 1907 volgde Sint-Truiden het Luikse voorbeeld van 1905 en hield een provinciale tentoonstelling op een lange strook van de braakterreinen bij het spoorwegstation tot en met het stadspark. Een brug leidde de bezoekers over de Diestersteenweg. De volkswijk De Hel had plaats gemaakt voor het ‘klein stadspark’. Bij de paviljoenen vielen vooral het Paleis de Mijnen en het bouwsel van de steenkoolmijnen van Dahlbush op. De steengroeven van de Ourthe lieten een gedenkzuil oprichten en de oude Parkschool herbergde veilig de tentoonstelling van Oude Kunst.

Een stadsgenoot, baron Henri de Pitteurs-Hiegaerts was sinds 1894 provinciegouverneur en in augustus 1901 werd in Limburg steenkool ontdekt, waar dezelfde familie belangen had. Dokterszoon en bankier Leon Debruyn nam het voortouw. Zijn zwager was notaris Nagels. Ook de ondernemers Baltus, koloniale waren, en Claes-Lekens, bouwpromotor, waren ambitieus. Het organisatiecomité bood een model arbeiderswoning aan het Bureel van Weldadigheid (OCMW), die nog steeds bestaat in de Spoorwegstraat.




Op 28 juli 1907 kon de breedgebaarde, al oudere koning Leopold II met zijn dochter prinses Clémentine vanop de tribune de trekpaarden van Clément Peten uit Velm bewonderen. Ook prins Albert bezocht de tentoonstelling. Op 22 december was het hoogfeest van de belle époque en van de durvende ondernemers in Sint-Truiden voorbij. Meer dan een half miljoen bezoekers en ‘speelreizigers’ – de toenmalige benaming voor toeristen - bezochten expo en stad. De bebouwing in de al geplande nieuwe stationswijk kon starten. Van de expo restte later enkel nog de prestigieuze Prins-Albertlaan en de Expositiestraat, in 1930 vervangen door ‘Astrid’straat. Een gedenksteen staat ingemetseld in een hekpaviljoen van het stadspark. 

Van deze ‘wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar bleven talrijke prentbriefkaarten en een pas in 1910 rijkelijk uitgegeven ‘Guldenboek’ bewaard. Uitzonderlijk ook persoonlijke toegangskaarten met portretfoto.


Gedenksteen als herinnering aan de Expo, gemetseld in één van de ingangspaviljoentjes van het stadspark



Kathleen DIGNEF, De provinciale tentoonstelling van 1907 te Sint-Truiden: de ‘Wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar, in: Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 115-126.