Verwaarloosd park in landschappelijke stijl met pittoresk karakter bij het neoclassicistisch kasteel uit 1881, oorspronkelijk nagenoeg 28 ha groot. Tot voor kort militair domein.
Het goed ligt ten zuiden van Sint-Truiden en ten noordwesten van de dorpskern van Bevingen, mooie inplanting op de westelijke flank van de vallei van de Cicindriabeek tussen de Montenakenweg en de Naamsesteenweg. Het is één van de interesssante sites bij de Romeinse Steenweg.
Op de Primitieve kadasterkaart ligt hier een belangrijk goed bestaande uit vier vleugels met binnenkoer, een omhaagde tuin met bakhuis, een vijver en een voetpad naar de kerk. Maar het kasteeldomein is de creatie van graaf Jean Henri Paul Ulens (1816-1894), telg uit een Sint-Truidense burgerfamilie, gehuwd met zijn nicht Marie Ulens, dochter van François Trudo Ulens, kasteelheer van 303461 in Groot Gelmen. Hij was sedert 1846 gemeenteraadslid, sedert 1867 schepen, van 1876 tot 1891 burgemeester van de stad en van 1852 tot 1866 provincieraadslid en last but not least auteur van Historische Bijdragen. In 1871 werd hij tot de adelstand verheven. Noblesse oblige en de wapens Ulens-Ulens sieren dan ook de gevel van het in 1881 nieuw gebouwde kasteel. Het goed, in 1904 verkocht, werd toen het buitenverblijf van notaris Paul Cartuyvels (1872-1940) en zijn echtgenote Marie Seny. Tijdens de oorlog werd het door Duitse en Amerikaanse militairen gebruikt en nadien, sedert de verkoop in 1951 aan de Belgische staat, werd het militiair domein van het Belgische leger.
De voormalige toegang tot Rochendaal ligt aan de Kerkstraat nr. 2 en hoort nu bij de oprit naar een recente villa. De oprit is aangeduid door lage hekpijlers van blauwe hardsteen in neoclassicistische stijl: geprofileerde sokkel, schacht met ingediepte voegen, kapiteel met trigliefen en metopen, en een geprofileerde en gedecoreerde helmvormige deksteen. Het hek is van zwart geschilderd smeedijzer met vierkante stijlen en spijlen met gestileerde lelie, de smalle traveeën opgevuld met volutes en krulwerk in spiegelbeeldopstelling.
Een asfaltweg dient nu als oprit naar het kasteel en het koetshuis ten westen. Het park is nu beperkt tot een ruim grasveld ten noorden van het kasteel, afdalend naar twee vijvers. Rondweg in kassei en bomengordel met dendrologisch belang: bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), fijnspar (Picea abies), grootbladige linde (Tilia platyphyllos), Italiaanse populier (Populus nigra 'Italica'), gewone moerascipres (Taxodium distichum), Spaanse zilverspar (Avies pinsapo), witte paardekastanje (Aesculus hippocastanum), zuilvormige taxus.
De Dépot-kaart (opname 1871, uitgave 1878) toont zoals het Primitief kadasterplan een gesloten hoeve met een uitgestrekte boomgaard. Op de volgende uitgave door het ICM verschijnt het kasteeldomein wel. Het is toegankelijk vanuit het dorp ten zuidoosten maar ook vanuit het noordwesten, via een nu onberijdbaar geworden weg die vertrok van de Tiensepoort in Sint-Truiden. De meer noordelijk gelegen boerderij is gekrompen tot een L-vorm, het nieuwe kasteel ligt op een hoogte en tussen beiden ligt het nieuwe volume van de nog bestaande kasteelaanhorigheid. Een deels ommuurde, deels omhaagde moestuin ligt ten zuiden. Het park is ten noorden en ten oosten begrensd door boomgaarden, bezit een dubbele ovale vijver, gevoed door de Cicindriabeek en een padenpatroon sluit op de beide opritten aan, verbindt door zijn lusvorm de verschillende elementen en leidt over het smalste punt tussen de beide vijvers. De stafkaart van 1949 toont buiten het vereenvoudigd padenpatroon geen wijzigingen. Die komen pas later. Op een postkaart van 1902-1903 ziet men op de voorgrond de vijver en de brug, een nog niet volgroeide parkaanleg en op de hoogte het dominerende kasteel met zijn dienstvleugel.
De noordelijke zone van het park is nu ingenomen door verlaten militaire gebouwen, het kasteel en de bijgebouwen staan leeg.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Park van het Kasteel Rockendaal [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/303461 Geraadpleegd op 12-11-2019.

Ordingen is met 192 ha een van de kleinere deelgemeenten van Sint-Truiden. Maar klein is niet synoniem van saai, daarvan getuigt de rijke geschiedenis van dit dorp. Een eerste vermelding van ‘Ardinghen’ vinden we in 1192, maar waarschijnlijk was er al vroeger een woonkern. Tijdens de middeleeuwen was Ordingen een heerlijkheid, in de 17de eeuw wordt het een kommanderij-dorp, in de 19de eeuw een kasteeldorp en vandaag is het kleine dorp van weleer uitgegroeid tot een ‘voorstad’ van Sint-Truiden.

We beginnen onze wandeling aan de kerk, toegewijd aan de heiligen Harlindis en Relindis, de twee zussen die Aldeneik stichtten. Er zijn slechts drie parochiekerken die hen als patronessen hebben, Aldeneik, Ordingen en Ellikom. Over hen doen allerlei verhalen de ronde, hier is er één van: Toen hun klooster werd gebouwd, ging dat niet snel genoeg naar hun zin, daarom hielpen ze een handje. Dat gebeurde achter de rug van hun vader, want adellijke dames werkten niet. Toen hij ze op een dag betrapte met hun schort vol stenen, zeiden ze dat ze rozen droegen en kijk: de stenen waren in rozen veranderd.
De kerk werd gebouwd in 1857 ter vervanging van de eerste parochiekerk, gelegen bij het kasteel, die bouwvallig was geworden. Het plan van de kerk was van architect Gerard, maar al enkele jaren later moet architect Jos Schadde ingrijpen omdat de toren verzakte. Hij lost het probleem op door een portaal tegen de toren aan te bouwen (1885). Links in de kerkmuur is de toegang tot de grafkapel van de familie de Pitteurs-Hiegaerts. Zij lieten deze kapel maken voor de som van 5000 toenmalige franken.
Het interieur is eerder sober, toch zijn er enkele kunstschatten zoals de beeldengroep van de patronessen (16de eeuw) en een processiekruis uit de 14de eeuw. Het meubilair komt uit het beeldsnijderatelier van Janssen (Sint-Truiden) naar ontwerp van Gerard. Elk van de tien vensters heeft een eigen traceerwerk.
Links in het koor geeft een deur toegang tot de ‘kapel van de baron’. Deze heeft luiken die werden geopend zodat de adellijke familie de dienst kon volgen zonder zich onder het gewone volk te mengen. Oudere mensen vertellen dat, als de familie te laat was, de priester wachtte om te beginnen tot ze er waren. Op het kerkhof, niet meer gebruikt sinds 1964, zijn nog enkele oude grafkruisen (16de en 17de eeuw) tegen de muur geplaatst .
Tegenover de kerk staat de oude kapelanie, nu grondig gerestaureerd. Tot in de 18de eeuw was er een kapelaan in Ordingen. Hij stond in voor het onderwijs van de dorpskinderen.
Het voormalige gemeentehuis dateert uit de 19de eeuw. Het was tevens dorpsschool en bibliotheek, maar kwam leeg te staan bij de fusie van de gemeenten in 1977. Nu is het privébezit en wordt het met veel respect voor de oorspronkelijke architectuur vernieuwd.
Wat nu parking is, was de speelplaats van de school. Eens per jaar, bij de ‘grote’ kermis, stond hier een deel van de attracties. ‘Grote’ kermis in september was een van de drie kermissen die jaarlijks gevierd werden; je had ook ‘kleine’ kermis in februari en ‘stoazie’ kermis, de wijkkermis van de mensen die rond het station woonden.
Het gebouw aan de overzijde (Relindislaan 1) was vroeger een ‘vuurmolen’ met boerderij, café en winkel. Hij verving de oude watermolen die in 1875 buiten werking werd gesteld.
Aan het huis met nummer 22 langs de weg Ordingen-Dorp is nog een kerkwegeltje dat vroeger naar het Broek (gemeentelijke weide) leidde en verder liep naar Bautershoven. Ook op de Hogeweg is nog zo’n wegje. Dit leidt naar de Tongersesteenweg. Deze twee zijn de enigen die overblijven van een netwerk van kleine voetwegjes die een kortere verbinding waren tussen de huizen en de kerk.
Een zeer opvallend gebouw is het kasteel van Ordingen, opgetrokken in neorenaissance stijl in 1879. Opdrachtgever was de familie de Pitteurs. De plannen waren van de hand van Jos Schadde; zijn leerling Paul Saintenoy voltooide de bouw. Het is een zeer gevarieerde architectuur: geen twee torens zijn identiek en er is een grote variatie in de gevels, heel anders dan het eerder sobere poortgebouw dat uit de 17de eeuw dateert, wanneer de landcommanderij van Alden Biesen het goed van de heren van Horion verwerft. Het oude kasteel wordt vervangen door een waterkasteel. Uit diezelfde tijd bleven ook nog een alleenstaande toren en het zogenaamde commandeurshuis bewaard.
Boven de toegangspoort is het wapenschild van Edmond Huin van Amstenraedt met de datum 1663 ingemetseld. Men kan nog steeds de sporen zien van de ophaalbrug en ook een nis waarin ooit een beeld heeft gestaan.
In de gevel van het commandeurshuis vindt men ook een steen met het wapen van de Teutoonse Orde en de datum 1740. Deze is afkomstig van de afgebroken watermolen.
In 1964 liet Antoine de Pitteurs kasteel en gronden verkopen. Hij verbleef meer in Tenerife dan in Ordingen, was vrijgezel en wilde niet dat zijn broer Gerard of diens kinderen van hem zouden erven; want zij leefden al jaren in ruzie. De gronden werden gekocht door de immobiliënmaatschappij, ‘Dennenland’, die er een woonwijk van maakte. Waar ooit een mooi park was met zeldzame bomen en een vijver, staan nu woningen. Enkel de straatnamen herinneren aan de geschiedenis van eeuwen.
Het kasteel zelf werd gekocht door Dr. Bekkers. Zijn zoon Gerard baatte er een restaurant in uit en in het commandeurshuis vond Radio Baccara, een lokale radio-omroep, zijn stek. Halfweg de jaren’ 90 kwam hieraan een einde: de gebouwen stonden weer te koop en de geruchtenmolen draaide op volle toeren. Uiteindelijk kocht de n.v. Bemas het kasteel en nu wordt het nauwgezet gerestaureerd. Het is de bedoeling dat er een vijfsterrenhotel komt.

Als men de dreef die toegang geeft tot het kasteel uitwandelt, staat aan de rechterkant, een beetje verscholen achter een bakstenen muur, nog een gebouw. Dat is de vroegere pastorij, een ontwerp van architect Denis (1837).
Aan het begin van de Dreefstraat vindt men rechts een statig herenhuis in een mooie tuin: de directeurswoning van de suikerfabriek van Ordingen. Charles de Pitteurs was eigenaar van deze fabriek, de grootste van de dorpen rond St-Truiden. Ze bood werk aan 70 tot 80 mensen en verwerkte 2 miljoen kilo bieten. Zoals alle suikerfabrieken zal ook deze worden opgeslokt door Tienen in 1885.
De Kruiskapelstraat brengt ons bij het mooie, barokke kruiskapelletje. Het werd in opdracht van kommandeur de Ruyschenberg in 1625 langs de oude weg naar Borgloon gebouwd. Langs het kapelletje ligt het nieuwe kerkhof en in het tuintje is een privébegraafplaats. Hier staat ook een prachtige plataan, een der merkwaardige bomen van België. Hij is meer dan 30 meter hoog en heeft een stamomtrek van ongeveer 5 meter. Onder zijn kruin kan je heerlijk picknicken.