Restant van het herenboerenparkje Schorboshoeve

Tussen de 13de-18de eeuw behoorde de Schorboshoeve met landerijen tot het grondbezit van het benedictinessenklooster van Nonnemielen. De twee sites lagen op amper 1,5 km van elkaar. Een rechte inrit en aansluitende holle wegen (Kelsbeek genaamd) zorgden voor het lokale verkeer tussen abdij en hoeve (Villaretkaart 1741). De aanleg van de Diestersteenweg in de eerste helft van de 19de eeuw doorbrak de ruimtelijke verbondenheid, nadat de abdij en hoeve door hun gedwongen verkoop op het einde van de 18de eeuw in handen van verschillende eigenaars waren gekomen. Sedertdien is het privébezit. De inrit van het gesloten complex met binnenkoer sloot op de Diestersteenweg aan, terwijl de rechtstreekse verbinding met de holle weg Kelsbeek ten westen van de steenweg verloren ging.

De nieuwe ruimtelijke configuratie veranderde ook de inrichting van de hoeve en omgeving. Tegen 1871 lag een ommuurde rechthoekige moestuin en een grote boomgaard ten noorden van de gebouwen en was de watertoevoer vanuit de Kelsbeek rechtgetrokken. Ten westen van de gebouwen lag een parkperceel, begrensd door een haag langs de steenweg.

Nu begeleidt een bomengroep de gebogen oprit naar het huis, uit het begin van de 20ste eeuw. Een haag van eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) vormt de begrenzing tussen de uitgedunde hoogstamboomgaard en de straat. Hoge, vierkante hekpijlers met uitspringende ring en sokkel van baksteen en een deksteen van blauwe hardsteen markeren de inrit. Het groen geschilderde inrijhek van smeedijzer heeft vierkante stijlen, makelaar en onderling met krulwerk verbonden spijlen ter hoogte van de onder, tussen- en bovenregel.

In de bomengroep: Amerikaanse eik (Quercus rubra), gewone beuk (Fagus sylvatica), Italiaanse populier (Populus nigra ’Italica’), zomereik (Quercus robur) en een groepje van drie exemplaren zuilvormige zomereik (Quercus robur ‘Fastigiata’). Als hoogstamfruit blijven over zoete kers, pruim en een okkernoot.


Bron     : DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum  : 2015

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Restant van het herenboerenparkje Schorboshoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/300063 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Beiaardklanken en biggengeschreeuw

Aldous Huxley.

Hij durfde ooit te schrijven over ons, Truienaren: Sommigen maken laken, sommigen suiker. Enkelen hebben cultuur, de rest helemaal niet!
Als bewijs van het tegendeel hangt aan een gevel op de Grote Markt sinds 1968 zijn naam in bronzen letters: Aldous Huxley.

Een aardige Belgische.

Huxley was een telg uit een Brits geslacht van beroemde en bijzonder knappe koppen. Hij studeerde letterkunde in Eton en Oxford. Op een feestje met Kerst 1915 in Engeland viel hem de frèle Maria Nijs op, een Belgische oorlogsvluchtelinge met grote, groenblauwe ogen. Ik heb tenslotte ook een aardige Belgische ontdekt, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, meende de slungelachtige, bijziende romanschrijver. Maria’s vader was een Kortrijkse textielbaron, maar moeder Marguerite Baltus stamde uit Sint-Truiden. De rijke koopmansfamilie Baltus woonde in het huis In de Roos op de Grote Markt. Van het een kwam het ander en na de Grote Oorlog trouwde Aldous met Maria. Rond die tijd verbleef de Brit bij oom Baltus in Sint-Truiden.

De inspiratie voor zijn novelle Uncle Spencer uit 1924 deed hij toen op. Het verzonnen Longres uit de novelle is Sint-Truiden, afgebeeld als zedig provinciestadje met een aardige burgerij. Ons interesseren natuurlijk de herkenningspunten : de onontkoombare beiaarddeuntjes, het stille begijnhof, het stadhuis in zachtgele pleister, de kermisattracties met de Dikke Madam die haar gezicht kon wassen met haar tiekes… De diervriendelijke Duitse bezetter beboette iedereen die nog varkens aan oren en staart over de zaterdagmarkt sleurde. Geen enkele verordening zat de boeren meer dwars dan deze.

Een citaat in de originele taal, waarin Huxley beschrijft hoe de Truienaren weerwraak namen op de arme biggen na het vertrek van de Duitsers eind november 1918: The first Saturday after the departure of the German troops was a bad morning fort he pigs. To carry a pig by the tail was an outward and visible symbol of revovered liberty; and the squeals of the porkers mingled with the cheers of the population and the trills and clashing harmonies of the bells awakened by the carilloneur from their four years’ silence. By ten o’clock the market was over. 

Het Minderbroedersplein heette 'varkensmarkt' in de volksmond


Globetrotter Huxley werd in 1932 wereldberoemd door zijn bittere toekomstroman Brave New World en in 1954 met The Doors of Perception, een verslag van zijn experimenten met de druk mescaline. Maria stierf in 1955 en Aldous in 1963 te Los Angeles, net op de dag waarop president Kennedy werd vermoord.



Huxley-vorser
Leraar Roger Collart (+1996) was wel de hardnekkigste Huxley-vorser in onze stad. Zijn vaak gevraagde vertaling van Uncle Spencer wacht nog altijd op een uitgever! Ook Louis Sterken, Guido Wulms, Frank Decat, Danny Gennez en Jean-Pierre Rondas schreven over Aldous in Sint-Truiden. Huxley houdt de aandacht levend: in Munster (D.) is een heus studiecentrum gehuisvest. De Antwerpse sensatiejournalist en latere crimi-auteur Stan Lauryssens bracht een boek uit over Maria Nijs en haar stormachtige liefdesleven.