Parkje in landschappelijke stijl met pittoresk karakter, als eindpunt van een interessante ontwikkeling, horend bij een kasteel uit 1845-1846.
Het goed kreeg ongetwijfeld zijn naam van de familie Menten, die meerdere burgemeesters aan Sint-Truiden en de omliggende dorpen leverde. Jan Menten was in 1503 niet alleen burgemeester maar ook meier van de abdij van Mielen. Zijn afstammeling ridder Leon François de Menten (1752-1822) huwde in Niel Anne Catherine gravin de Looz Corswarem en hun zonen werden burgemeester: Bonaventure de Menten (1779-1823) van Sint-Truiden, zijn broers Joseph (1780-1819) van Nieuwerkerken en Jean Théodore (1789-1860) van Kortijs en Niel en later van Sint-Truiden. Hun schoonbroer Charles de Luesemans werd volksvertegenwoordiger, later Luiks gouverneur en was ook burgemeester van Leuven. Ridder Jan Willem de Menten de Horne (1815-1888) was lid en bestendig afgevaardigde in de Provincieraad van Limburg. De Primitieve kadastrale legger vermeldt echter niet een Menten, maar wel ridder Frans Willem de Waha als eigenaar. Het goed is gelegen tussen Melveren-centrum en de Diestersteenweg en heeft ook een neerhof met gebouwen daterend uit de tweede helft van de 19de eeuw en later, nu uitgegroeid tot fruitbedrijf.
Aan de Diestersteenweg, schuin tegenover het monumentaal hek van het oude Schabroekkasteel, markeren twee polygonale palen van blauwe hardsteen uit midden 19de eeuw, uitlopend op een tulbandmotief, de inrit naar het kasteel vanuit het zuiden, aan de Hasseltsesteenweg. Een lange, gebogen, aarden oprijlaan tussen jonge bomenplantages mondt uit bij de zijgevel van het classicistisch kasteel en de boerderij en loopt verder door naar de weg Melverencentrum, als een korte rechte dreef van jonge exemplaren blauwe Atlasceder (Cedrus atlantica 'Glauca'). Ten zuiden ligt er een ruim grasveld met vijver en bomengordel, ondermeer met linde (Tilia) en gewone plataan (Platanus x hispanica). Aan de noordzijde strekt zich een voorplein uit in gras, geometrisch van aanleg. De voormalige boerderij, nu fruitbedrijf ligt ten noordwesten en is vanaf de straat Melveren-centrum genaamd, bereikbaar via een nieuw industrieel hek.
De Ferrariskaart (1771-1775) is voor dit goed onbetrouwbaar, of vertoont tenminste geen parallel met hoe het kasteeldomein met watermolen op de Melsterbeek, gelegen in het gehucht Guvelingen, op andere, latere kaarten verschijnt. Mogelijk geeft ze een oudere toestand weer.
De configuratie op het Primitief kadaster (1825), meer bepaald de vorm van de percelen, wijst op een klassieke barokke tuin gecombineerd met een vroege landschappelijke aanleg, anders en ouder dan de huidige. Een lange dreef (perceel 111) vanuit het zuiden leidde recht over de beek en de meer noordwaarts gelegen smalle onregelmatige vijvergracht (percelen 123 en 126) naar een trap en perron aan de zuidgevel van het toenmalig kasteel (perceel 120), dat mogelijk op dat moment onbewoonbaar was, want het werd in de legger van 1844 genoteerd als 'plaats'. Misschien was het huidige kasteel, dat twee jaar later op de mutatieschets verschijnt, toen al gepland of in uitvoering. Uit het noordoosten liep nagenoeg in dezelfde as, een korte brede (vermoedelijk dubbele) dreef naar een voorplein (perceel 121), dat ter hoogte van de dreef driezijdig beëindigd was en genoteerd staat als lustgrond. We vermoeden hierin een klassieke tuin. Aan de noordwestkant sloot daar een langgerekte, ruime U-vormige vleugel bij aan (genoteerd als huis en gebouw), uitgevend op een ommuurde tuin (nr. 116) ten noordwesten. Aan de oostkant lag een onregelmatig perceel bouwland (nr. 119) omringd door een even onregelmatig lustbos (nr. 124). Dit gegeven bleef niet behouden. Op de kaart van Vander Maelen (1845-1850) is het kasteel reeds verdwenen. Op het kadaster verschijnt meer noordelijk het huidig kasteel in 1846 en worden in 1857, 1858 en 1887 uitbreidingen van de dienstgebouwen genoteerd en pas in 1944 de verdwijning van de onregelmatige verlandschappelijkte gracht.
Op de Dépot-kaart (opname 1871, uitgave 1877) liggen er bij het Hornekasteel boomgaarden op de noordelijke percelen en een parkje in landschappelijke stijl tussen het kasteel en de verlandschappelijkte gracht. Vanaf de steenweg naar Hasselt, vertrekt een lange oprit die voorbij de beek een gebogen oprijlaan wordt die de gracht oversteekt en doorloopt tot het zuidelijk grasveld van het kasteel. Ook ten noorden ligt er een ovaal grasveld waarin men de lustgrond op perceel 121 en ook de dubbele dreef (nr. 118) van het Primitief kadasterplan herkent. Op de kaart van het ICM (revisie 1886, uitgave 1897) zijn het kasteel en de gebouwen verbonden door rondwegen begeleid door beplantingen.
Bomen
We noteerden vanaf de openbare weg bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), Californische schijncipres (Chamaecyparis lawsoniana), gewone es (Fraxinus excelsior), opslag van gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), een monumentale gewone plataan (Platanus x hispanica), een groep gewone robinia's (Robinia pseudoacacia).
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parkje van het Kasteel Menten de Horne [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/303377 Geraadpleegd op 12-11-2019
Geschiedenis
Zepperen is met Velm één van de oudste kerkdorpen van Sint-Truiden. De Latijnse naam ‘Septimburias’ of zeven hutten staat neergeschreven in het levensverhaal van de heilige Trudo, de stichter van Sint-Truiden. Die kwam naar verluidt rond 650 in Zepperen raad vragen aan bisschop Sint-Remaclus. Trudo kwam er ook vaak 's nachts bidden in het bedehuis toegewijd aan Genoveva van Parijs. Goed om weten: Zepperen was tot aan de Franse revolutie einde 18de eeuw een bank of dorp van het Sint-Servaaskapittel van Maastricht. Kanunniken zwaaiden er dus de plak en lieten er een eigen graanmolen draaien. Pas in de 19de eeuw kreeg Zepperen een echte kasteelheer, lid van de bekende streekadel de Pitteurs-Hiegaerts.

Geografie
Zepperen ligt in het noordoosten van Sint-Truiden bij de laagte van de Melsterbeek en telt 888 hectaren. De aansluitende enclave Terstok hoorde tot voor 1970 bij Brustem. Een ondoordringbare kleilaag zorgde voor een waterrijke bodem, vandaar de benaming VochtigHaspengouw voor dit overgangsgebied tussen Haspengouw en Kempen. Zepperen telt nogal wat bronnen. De meest bezoekbare ligt in het gehucht d'Oye en de Drie Bornekes vind je op de Honsberg bij het Sint-Jozefskapelletje. Vanop de Honsberg, aan de oude spoorwegzate Tienen-Tongeren, heb je een mooi zicht op de kerk en de laaggelegen beemden van d'Oye.
Begaarden
Tegenover de school, over de Melsterbeek, ligt de vroegere Begaardenwinning met een woonhuis uit 1665. De familie de Pitteurs bouwde deze hoeve om tot kasteeltje rond 1900. De stokerij-zagerij, die baron Felix in dit eertijds bosrijke gebied oprichtte, is nu een woonhuis met trapgevels bij de ringgracht.

Vakwerk
In Zepperen vind je nog heel wat vakwerkgebouwen. Rond 1830 waren bi na alle huizen hier in hout en leem. Een reeks gebinten werd tot een geraamte van balken in elkaar gepast. De leemplakker vulde de open vakken van de wanden met vlechtwerk en bestreek ze met stro-leem. De mensen van toen konden de materialen bij wijze van spreken uit de bouwgrond zelf winnen.
Vierkantshoeven
De grotere oude boerderijen zijn nog altijd in een vierkant geschikt. Zo heeft men van uit het boerenhuis zicht op alle bijgebouwen en is het erf altijd gesloten. We noemen hier de Coemanswinning (16de eeuw) aan de Driesstraat-Melsterbeek en de Ouwerxwinning (17de18de eeuw) bij de kerk. Bij de Ouwerxwinning moet je zeker het sierlijke torentje boven de duiventil gaan bekijken. Alleen eigenaars die een behoorlijk aantal bunders grond bewerkten mochten duiven houden, want die vogels richtten schade aan de gewassen aan. De stijI van het torentje en de bijhorende stallingen uit 1665 noemt men Maasrenaissance. Typisch zijn de speklagen in gele mergelsteen tussen de baksteen en de kruisvensters. Vergelijk met de Begaardenhoeve ! Het woonhuis van de Ouwerxwinning, net zoals de pastorie uit 1779, is gebouwd in Luiks classicisme met veel blauwe steen rond vensters en deuren.
Aan de wegenkruising De Poel ligt het vroegere goed van stoker- burgemeester Bellefroid. De oude boerderij, het herenhuis uit 1871 en de hoeve Vanvuchelen uit 1916 maakten er deel van uit. Die laatste is sinds 1994 omgebouwd tot Karmelietenklooster.
Sint-Genovevakerk
De volksdevotie tot de Drie Gezusters bracht in de loop van de eeuwen veel bedevaarders, vooral Walen, naar de parisienne Sint-Genoveva in Zepperen. Midden in het veld bezochten ze de kapel met put, toegewijd aan Sinte Vijve of Genoveva. Met de giften en de steun van het Sint-Servaaskapittel werd ook een mooie kerk gebouwd. Van de Romaanse kerk blijft alleen nog de toren over. De ingang en het sierlijke traptorentje moet je even wegdenken, want dat zijn toevoegingen van rond 1900. In de 15de eeuw, een bloeitijd in onze Nederlanden, werd een nieuw kerkschip gebouwd in de toen populaire gotiek. De heropbouw in spitsbogen begon met het koor. Omdat de bouwijver waarschijnlijk verslapte en de toren onder verantwoordelijkheid van de gemeente viel, behield men de oude toren. Heel wat details van het gebouw zijn bij de grote restauraties rond 1860 en 1900 vernieuwd. Zo reconstrueerde de architect de luchtbogen boven de zijbeuken. Een nieuwe sacristie en doopkapel werden aangebouwd. Naast de toren ligt de platte grafzerk van de families d'Astier, Loyaerts en de Pitteurs-Hiegaerts. Binnen vallen vooral de muurschilderingen in de zuidelijke dwarsbeuk op. Ze dateren van 1509. Een breed uitgesmeerd Laatste Oordeel toont rechts de verschrikkingen van de Hellemuil. Centraal weegt aartsengel Michael de zielen, maar een duiveltje speelt vals. Het plafond draagt lover- en bloemenversiering waartussen de kerkvaders en de symbolen van de vier evangelisten prijken. Sint-Christoffel, patroon van de bedevaarders, waadt door een stroom met Christus op zijn schouders en enkele verstekelingen in zijn gordeltas. Het middeleeuwse stripverhaal met het leven van de patrones Sint-Genoveva van Parijs in elf prentjes is een unieke schildering. Onthou dat je deze heilige kunt herkennen aan een onafscheidelijke duivel met blaasbalg en aan een engeltje aan haar zode. De duivel probeert de kaars te doven waarmee Genoveva haar boek leest.
Binnen de beveiligde ruimte in dezelfde dwarsbeuk kan je de 16de-eeuwse retabelluiken rond een recent gebeeldhouwd middendeel bewonderen. Let ook op de Moeder Gods uit dezelfde tijd, die het verkleinde lichaam van haar gemartelde zoon draagt. De glasramen zijn niet meer de originele gotische. Ze dateren pas uit de jaren 1902 en 1922 maar beelden wel taferelen of uit het leven van Trudo en Genoveva. Grote 17de eeuwse schilderijen zijn het drieluik met het leven van de heilige Catharine van Alexandria en het doek met het Laatste Avondmaal door de Luikse schilder Walschartz. Voor de kruisweg trok het kerkbestuur in 1883 de Tongerse schilder Constant Claes aan, bekend van zijn portretten van Limburgse bekende figuren.
Kerkplein
Kijk even rond op het Sint-Genovevaplein: door de kerkhofpoort uit 1765 zie je de kapelanie uit 1907. Naast de pastorie uit 1779 staat het huis van het bekende 'Koemeesterke' of wonderdokter uit 1904. De oude lemen herberg De Drie Koningen heet nu Taverne Haspengouw, een paradijsje voor bierkenners.
Van de oude zustersschool blijft nog een oud zijgebouwtje over naast de moderne school uit de jaren zestig. Aan de overkant kan je iets drinken in het oude dorpscafé 't Dorp, langs het huis van kolenhandelaar en varkenskoopman Nijs uit 1891. De vroegere onderwijzerswoning uit 1866 met klassenvleugel, nu parochiezaal, vind je tussen het plein en de Ouwerxwinning.
Wijken
Kenmerkend voor Zepperen zijn de vele gehuchten. De kerk met plein ligt in de zuidwestelijke hoek. Verder zijn er nog de wijken Dries, Dorp, d'Oye, Gippershoven, Tereyken, Roosbeek, Dekken en d'Eygen. Vroeger had elk gehucht zijn eigen kermis, zodat heel het dorp wel twee maanden kon feesten.
Zepperen is nu een woongemeente met uitdeinende verkavelingen en lintbebouwing. Vooral in de nieuwe wijk Het Dekken, eertijds een grote, minder vruchtbare gemeenteweide, komen de gezinswoningen als paddenstoelen uit de grond. De vele laagstamplantages worden bewerkt door fruittelers. De plaats van de grote graanschuren is nu ingenomen door fruitfrigo's en loodsen met kisten.
Ga hier verder...