Voorbeeld van Rijn-Maasromaanse architectuur, gebouwd circa 1180-1190. Na de Franse bezetting verwaarloosd en vervallen. In 1874 werd begonnen met de restauratie onder leiding van architect A. Van Assche. De restauratie bestond in een vrijwel volledige wederopbouw waarbij de oorspronkelijke materialen stelselmatig werden vervangen door nieuwe; de buitenmuren der zijbeuken werden volledig heropgebouwd, alle ornamenten van ijzerzandsteen dateren uit de restauratieperiode, de dwerggalerij aan het koor, en het portaal zijn toevoegingen van de restaurateur die niet beantwoorden aan een vroegere toestand. De gewelven der zijbeuken waren bewaard in mergelsteen en werden op dezelfde manier heropgericht; boven de middenbeuk bevatte slechts één travee nog het oorspronkelijke romaanse gewelf, de overige waren van baksteen; bij de restauratie werden alle gewelven gereconstrueerd naar het oorspronkelijke model. De sacristie dateert eveneens uit de periode der restauratie en is een ontwerp van de restaurateur.
De plattegrond beschrijft een vierkant westelijk blok van twee traveeën, een driebeukig schip van vier traveeën waarvan de zijbeuken aan de oostzijde van absidiolen zijn voorzien, een koor van een rechte travee en een halfronde absis; vrijstaande sacristie ten zuidoosten. De ruwbouw is van tufsteen, met afwerking van ijzerzandsteen.
Pseudo-basilicale opstand, met vierkant, onafgewerkt westblok, thans bekroond door een houten, met leien bedekte dakruiter; dit westelijk gedeelte is afgewerkt met ijzerzandstenen hoekbanden en rondboogfriezen, en voorzien van een plint met ijzerzandstenen afzaat; zadeldak (leien); aan weerszij, bijgebouwtje van twee traveeën onder lessenaarsdak. De westgevel heeft een neoromaans, ijzerzandstenen rondboogportaal dat het vroegere, classicistische portaal vervangt; erboven een rondboogvenster met een afgeschuinde omlijsting van afwisselend een laag zandsteen en ijzerzandsteen; laatst genoemd motief wordt herhaald aan het bovenvenster, dat een bifora is met een gecementeerd deelzuiltje met ijzerzandstenen kapiteel; de westgevels der beide bijgebouwtjes zijn voorzien van rondbooglisenen.
Schip en zijbeuken onder zadeldak (leien) en lessenaarsdaken; kroonlijst op consoles, versierd met hoofdjes; de zijgevels zijn geritmeerd door middel van lisenen en spaarvelden; zandstenen rondboogvensters met afgeschuinde onderdorpel. De absidiolen zijn voorzien van rondboogvormige lisenen en een rondboogvenster.
De rechte koortravee - onder zadeldak (leien) - heeft aan elke zijde een rondboogvormige lisenen.
De absis is voorzien van lisenen gedragen door colonnetten met ijzerzandstenen kapiteel (gestileerd bladwerk) op met lijstwerk versierde sokkeltjes op een hoge, geprofileerde plint; rondboogvensters met afgeschuinde onderdorpels. Hierboven een neoromaanse dwerggalerij met rondboogarcade op dunne zuiltjes met ijzerzandstenen teerlingkapiteel; de bogen hebben afwisselend een laag tufsteen en een laag ijzerzandsteen. De sacristie is een rechthoekig gebouwtje van twee traveeën onder zadeldak (leien); de westelijke geveltop heeft een versierd, doch sterk verweerd topstuk; in west- en oostgevel een gekoppeld rondboogvenster met deelzuiltje; in de zijgevel twee rondboogvensters met afgeschuinde neg en onderdorpel.
Overwelving door middel van kruisgewelven tussen brede, rondboogvormige gordelbogen steunend op pilasters met ijzerzandstenen imposten, en opgetrokken uit afwisselend een laag tufsteen en een laag door middel van een ijzerzandstenen lijst. Rondboogvormige scheibogen op samengestelde pijlers met vierkante sokkels en ijzerzandstenen imposten; twee pijlers en de bogen der twee oostelijke traveeën zijn voorzien van dezelfde ijzerzandstenen afwerking als de pilasters. Gelijkaardige overwelving der zijbeuken, met halve koepel boven de absidiolen. Rechte koortravee met kruisgewelf tussen rondboogvormige gordelbogen en dito muraalbogen; rondbooglisenen in de buitenmuren. De absis is afgedekt met een halve koepel.
Mobilair, Schildering op hout, Marteldood van Sint-Erasmus (17de eeuw); Sint-Anna-ten-Drieën, gepolychromeerd hout (circa 1550); Christus aan het Kruis, witgeschilderd hout (19de eeuw?). Doopvont met romaans bovengedeelte (13de eeuw) en recente sokkel. Romaanse grafsteen, kalksteen en marmer.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Niklaas en Sint-Pieter [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23018 Geraadpleegd op 12-11-2019
Verongelukte vorsten herdacht
De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.
De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.
Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.

In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.