Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart

Gotische en neogotische kerk, met haar volume het oostelijk gedeelte der markt beheersend. Eerste kerk gebouwd door abt Adelardus II (1055-1082); enige parochie van de stad tot 1133, toen Sint-Gangulfus enkele parochiale rechten kreeg. Deze eerste kerk werd in 1086 door brand volledig verwoest. De juiste bouwdatum van de tweede kerk is niet bekend; eerste vermelding in 1107, doch in 1171 nog niet voltooid. In 1399 werd de kerk verheven tot collegiale, met een kapittel van twaalf kanunniken.

De huidige kerk heeft een schip en zijbeuken uit de 15de eeuw, terwijl het koor dateert uit de eerste helft van de 14de eeuw. In 1542 werd de Onze-Lieve-Vrouwekapel gebouwd, in opdracht van de abdij. De oorspronkelijke toren werd gebouwd tussen 1504 en 1556; in 1668 stortte deze toren in, en werd de klokkenruiter boven de kruising aangebracht; de huidige toren werd gebouwd tussen 1847 en 1852 door Roelandt, naar ontwerp van architect J. Gerard; bij het oprichten van deze toren werd de kerk met één travee ingekort.

Eerste herstelling van de kerk in 1702; grondige restauratie tussen 1848 en 1864: uit deze periode dateren de twee traptorentjes naast de toren, de gotische ornamenten aan de buitenzijde, en de tracering der ramen. De portalen dateren van 1878. In 1912 werd de oorspronkelijke sacristie door de huidige, kleinere sacristie vervangen. Laatste restauratie in 1970-1972 onder leiding van architect P. Van Mechelen.

Plattegrond: driebeukig schip van vier traveeën, met vierkante westtoren geflankeerd door portalen, en met een kapel in de derde travee der noordbeuk, een transept van één travee en een koor van een rechte travee met driezijdige sluiting; ten noorden sacristie.

Bakstenen gebouw met verwerking van zandsteen en mergelsteen, en enkele volledige zandstenen gedeelten (toren, portalen, zuidelijke transeptarm). Basilicale opstand.

Neogotische, vierkante westtoren van zandsteen; vier geledingen met achtkantige lantaarn onder naaldspits (leien); haaks op elkaar gestelde steunberen, en twee traptorentjes in de noordoostelijke- en zuidoostelijke hoek. Spitsboogvormig portaal in de westgevel. Overgang van de eerste naar de tweede geleding gevormd door een geajoureerde borstwering, waaronder een boogfries met driepasmotief. Overige geledingen voorzien van geprofileerde spitsboogvensters, roosvenster in de bovenste geleding en lantaarn met frontaalmotieven. De toren wordt ten noorden en ten zuiden geflankeerd door neogotische portalen van zandsteen, voorzien van afgeschuinde waterlijsten, opengewerkte attiek met boogfries en haaks op elkaar gestelde steunberen, telkens met beeldnis en pinakelbekroning; geprofileerde spitsboogportalen met aansluitend spitsboogvenster, voorzien van hogers en finaal; twee spitsboogvensters met hetzelfde motief in de westgevels.

Basilicaal gotisch schip van baksteen op een plint van kalksteen afgelijnd met waterlijsten; zadeldak (leien) met kleine dakkapellen en een dakruiter met peerspits boven de vierde travee; lessenaarsdaken boven de zijbeuken; traveeën gemarkeerd door luchtbogen en steunberen; hardstenen pinakels daterend van de restauratie (1848 en 1864); geprofileerde, rondboogvormige bovenlichten; gerestaureerde spitsboogvensters met afzaat. Spitsboogvormig portaal met geprofileerd beloop in de vierde travee der noordgevel.

Noordelijke transeptarm voorzien van twee steunberen; puntgevel met hardstenen afdekking, finaal en schouderstukken: zuidelijke transeptarm integraal van zandsteen en voorzien van haaks op elkaar gestelde steunberen, en lisenen met gotische profilering; gelijkaardig motief op de oost- en zuidgevel; geprofileerde spitsboogvensters met afzaat in dezelfde gevels.

Onze-Lieve-Vrouwekapel, één travee onder schilddak, in de derde travee der noordgevel, uitspringend ten opzichte van de rest van het gebouw; baksteenconstructie met een overhoekse steunbeer op de oostelijke hoek en haaks op elkaar gestelde steunberen op de westhoek; gerestaureerde, afgeschuinde waterlijsten; spitsboogvensters met gotische profilering.

Gotisch koor in baksteenbouw; één rechte travee met driezijdige sluiting, voorzien van overhoekse steunberen; hoge spitsboogvensters in een geprofileerde omlijsting met afzaat.

Neotraditionele zuidelijk gelegen sacristie in bak- en mergelsteenbouw onder zadeldak; de westgevel is voorzien van een trapgevelbekroning; afgesnuite hoek met beeldnis; kruiskozijnen en een deur met gekoppeld bovenlicht. Ten noorden, lage bergruimte onder plat dak.

Begane grond der toren overkluisd met kruisribgewelf op hoekconsoles. Interieur met basilicale opstand, de dragende elementen van natuursteen, de overige delen bepleisterd. Kapiteelloze, gebundelde zuilen op polygonale sokkels, onder spitsboogarcaden met in de zuilen teniet lopende profilering, een triforium in de vorm van blind vierlicht met maaswerk, hierboven spitsboogvormige ovenlichten. Overwelving door middel van kruisribewelven tussen spitsboogvormige gordelbogen, opgevangen door op een vanuit de zuilen doorgetrokken pilaster; de profielen lopen in deze pilaster teniet. Zijbeuken met gelijkaardige overwelving, voorzien van versierde sluitstenen; ribben gedragen door gesculpteerde kraagstenen. Transeptarmen: stergewelf met versierde sluitstenen (engelenkoppen); gelijkaardige overwelving boven de laatste twee traveeën der zijbeuken.

De kapel, door een gesmeed ijzeren hek van de kerk afgesloten, heeft een bepleisterd en beschilderd interieur; beschilderd stergewelf met versierde sluitsteen. Kruising met spitsboogvormige scheibogen met tenietlopend profiel en kruisribgewelf met versierde gewelfsleutels; de ribben steunen op consoles, afgewerkt met menselijke figuurtjes. Bepleisterd en beschilderd koor; rechte koortravee met kruisgewelf op colonnetten en versierde gewelfsleutel; straalgewelf met versierde gewelfsleutel boven de apsis; vensters voorzien van een afzaat met doorlopende lijst.

Mobilair: Twee schilderijen van G. Baltus (1915). Triomfkruis, gepolychromeerd hout (eerste helft 16de eeuw); Onze-Lieve-Vrouw met Kind, gepolychromeerd hout, toegeschreven aan A. Quellinus de Jongere (tweede helft 17de eeuw); Onze-Lieve-Vrouw met Kind en inktpot, gepolychromeerd hout (vierde kwart 14de eeuw); Christus aan het kruis, eik (vierde kwart 15de eeuw); Sint-Anna-ten-Drieën, gepolychromeerd hout (circa 1500); Sint-Barbara (circa 1500); Sint-Margaretha van Antiochië (circa 1500); Christus op de Koude Steen, gepolychromeerd hout (eerste kwart 16de eeuw); Onze-Lieve-Vrouw met Kind op maansikkel, afkomstig uit de kerk van Guvelingen, gepolychromeerd hout (tweede helft 16de eeuw); Christus in het graf, gepolychromeerd hout (16de eeuw); Sint-Paulus, witgeschilderd hout (17de eeuw); Sint-Simon, (17de eeuw); Sint-Odilia (?), gepolychromeerd hout (circa 1700); Sint-Hubertus, gepolychromeerd hout (eerste helft 18de eeuw); Sint-Jozef met Kind, gepolychromeerd hout (eerste helft 18de eeuw); Onze-Lieve-Vrouw met Kind, Sint-Lambertus en Sint-Trudo, gepolychromeerd hout (19de eeuw).

Zijaltaar van Sint-Lucia (eerste kwart 18de eeuw); neogotische, eiken koorbanken; preekstoel, eik (1773); twee eiken biechtstoelen in Lodewijk XV-stijl; koperen doopvont (circa 1860).

Muurschildering "Het Laatste Oordeel" door Johannes Van den Eynde (1626) op de triomfboog, gerestaureerd door J. Helbig en E. Van Marcke (1862).

Grafstenen (16de en 17de eeuw).


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22732 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

'Must read' over Sint-Truidens erfgoed

Heb je weinig tijd?

Ben je als (oud-)Truienaar geboeid door het historische decor dat onze stad biedt?
In dit Top Twaalf-lijstje staan de "must read"-boeken over Sint-Truidens erfgoed.
Als je de hapklare, maar niet diep gravende Wikipedia-artikels al gelezen hebt. 



1. Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018.
2. Frank DECAT, Sint-Truiden 1784. Criminele histories in een Luikse stad, Leuven: Davidsfonds, 2012.
3. Vergeet je wortels niet. Erfgoedverkenningen in Sint-Truidense dorpen en stadswijken, Sint-Truiden: Erfgoedcel Sint-Truiden, 2012. 
4. Rombout NIJSSEN e.a., Op grond van Sint-Trudo. De kaartenatlas van de abdij van Sint-Truiden 1697, Sint-Truiden: Abdij, Stad en Regio vzw., 2011.
5. Wie was wie in Sint-Truiden? Bijdrage tot een biografisch woordenboek, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011.
6. Nathalie CEUNEN e.a., Sappig verteld. Het verhaal achter de fruitteelt in Haspengouw, Sint-Truiden: Erfgoedcel Sint-Truiden, 2010.
7. Pierre DIRIKEN, Geogidsen Sint-Truiden. Rondom (2009) en Sint-Truiden. Stad (2010) in de reeks Toeristisch -recreatieve atlas van Vlaanderen. Haspengouw, Kortessem: Georeto.
8. Thomas COOMANS e.a., In zuiverheid leven. Het Sint-Agnesbegijnhof van Sint-Truiden, (Relicta monografieën, 2), Herent: Peeters, 2008. 
9. Reeks Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, uitgegeven door de Geschied- en Oudheidkundige Kring Sint-Truiden 1968-2006.
10. Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw, 1998.
11. Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw, 1993.
12. Jan GERITS, Sint-Truiden, in Historische steden in Limburg, Brussel: Gemeentekrediet, 1989, p. 203-221

Om uit te vlooien:  
13. Reeks Bukskes van de dialectkring 't Neigemenneke 1984 - 2017.
14. Tijdschriften 't Maendachboekje (1994) van de Koninklijke Gidsenbond Sint-Truiden ism de GOKSint-Truiden en De Bink (1998) van de Heemkundige Kring Groot-Sint-Truiden. 

Om op je gemak te lezen:
15. 
LAVIGNE, Emiel (vert., met annotaties van JAPPE ALBERTS), Kroniek van de abdij van Sint-Truiden. Vertaling van de ‘Gesta Abbatum Trundonensium’ 1ste deel 628-1138, (Maaslandse monografieën, 43), Assen-Maastricht: Van Gorcum, 1986; ID. (met annotaties van JAPPE ALBERTS, W. en door JANSEN C.G.M.), 2de deel 1138-1558, (Maaslandse monografieën, 46), Leeuwarden-Maastricht: Eisma, 1988; ID., 3de deel 1558-1679, vertaling van de kroniek van Servais Foullon, (Maaslandse monografieën, 53), Leeuwarden-Mechelen: Eisma, 1993.

Een uitgebreidere keuze vind je op  op de website www.geschiedkundigekringsinttruiden.be van de Geschied- en Oudheidkundige Kring (GOKST).

Wil je zomaar grasduinen of zoek je iets érg specifiek, dan kan je uiteraard terecht in deze www.erfgoud.be, dé eigen Truiense erfgoedencyclopedie in opbouw !