Notariswoning met kantoren

Voormalige notariswoning (nummer 33) met kantoren (nummers 29-31). Herenhuis (enkelhuistype) van vier traveeën en drie bouwlagen onder afgeknot zadeldak (nok evenwijdig aan straat), naar verluidt gebouwd circa 1870, met sobere, neoclassicistische gevelordonnantie. Bakstenen gebouw met een lijstgevel op een afgeschuinde, arduinen sokkel; houten kroonlijst op tandlijst met casementen tussen de consoles; arduinen kordonlijsten. Getoogde vensters in een geriemde arduinen omlijsting met oren en sluitsteen. Getoogde poort met geprofileerd beloop in een rechthoekige omlijsting op neuten; neorocaille sluitsteen. Fraaie houten erker, steunend op een welvende balkonplaat (thans gecementeerd) met uitgewerkte consoles van arduin; ramen met glas in lood. De kantoorgebouwen tellen samen zes traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak; de uiterste rechtse travee is een latere toevoeging; bakstenen lijstgevels op een arduinen plint; getoogde arduinen vensters met oren, neuten en lekdrempel; gelijkaardige deur in de voorlaatste travee, rechts; de deur van nummer 31 is een aangepast venster.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Notariswoning met kantoren [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22697 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Folcardus, abt ST

 Sint-Truiden 11.05.1145 

Jong ingetreden als monnik. Cellarius en cantor 1108, proost 1112. Ondanks protest van graaf van Duras  tot abt gewijd in Fosse 1138. Restaureerde verder de abdij na Rodulfus o.a. slaapzaal, kapittelzaal en infirmerie. Was in conflict met Arnold van Diest en maakte bezetting mee door Godfried van Brabant in 1140 en 1142. Ontving talrijke schenkingen van lokale burgerij, maar onderging brouwersopstand in 1143-1144. Liet goed in Hakendover  na. Begraven in midden abdijkerk 1145.

Lit.: RECUEIL, p. 14; MONBEL, p. 43-44; KRONIEK2, p. 10-24.