Zogenaamd "Speelhof", buitenverblijf der abten van de Sint-Trudo-abdij; met de bouw werd begonnen in 1585 onder abt van Christoffel de Blocquerie. Het goed bleef eigendom van de abdij tot de Franse bezetting.
Ommuurd en omgracht goed, bereikbaar via een dreef van wilde kastanjebomen, beuken en eiken; boomrijke omgeving onder meer enkele mooie beuken; aan oostzijde van de dreef: weilanden en de muur van het begijnhof; ten zuiden, moestuin en boomgaard.
Herenhuis met stallingen en schuur, beschilderde bakstenen gebouwen, gegroepeerd rondom een rechthoekige, gekasseide binnenplaats, met een fonteintje in het midden. De dienstgebouwen dateren uit de tweede helft van de 18de eeuw, het woonhuis uit een latere periode (eerste helft 19de eeuw).
Ten oosten, poortgebouw onder schilddakje (leien), voorzien van een holronde, natuurstenen kroonlijst; rondboogvormige inrijpoort in een licht uitspringende, kalkstenen omlijsting met imposten en sluitstenen. Duifhuis in de westgevel, en rechthoekige poort onder houten latei met kalkstenen negblokken onderaan de posten.
Ten westen, herenhuis, aan beide zijden geflankeerd door lagere bijgebouwen uit de tweede helft van de 18de eeuw. Breedhuis van het dubbelhuistype, zeven traveeën en twee en een halve bouwlaag onder zadeldak (leien) met dakkapellen. De oostgevel is gecementeerd op de benedenverdieping; rechthoekige beluikte vensters in een vlakke, kalkstenen omlijsting; de twee uiterste traveeën zijn voorzien van kalkstenen oculi; rechthoekige deur in een omlijsting van gebouchardeerd arduin. Voor de benedenverdieping, glazen veranda met metalen roeden en gietijzeren zuiltjes. De westgevel is voorzien van rechthoekige vensters met hardstenen lateien en lekdrempels, beluikt op de eerste en tweede bouwlaag; houten gevelvoorsprong voor de deurtravee. Bijgebouwen van respectievelijk vier en zeven traveeën, en twee bouwlagen onder gebogen wolvedak (leien) met dakkapellen; kalkstenen plint en aanzet van kalkstenen hoekbanden; overhoekste muizentandfries onder de kroonlijst. Getoogde muuropeningen in een kalkstenen omlijsting met sluitsteen; rechthoekige omlijstingen op de bovenverdieping; de vensters van het linker gebouw zijn beluikt.
Ten oosten, stal van vijf traveeën en twee bouwlagen onder wolvedak (leien) met dakkapellen; gesmede ijzeren muurankers; kalkstenen plint en aanzet van kalkstenen hoekbanden; overhoekse muizentandfriens onder de daklijst. Getoogde muuropeningen in een kalkstenen omlijsting met sluitsteen; enkele recente muuropeningen, onder meer twee rondboogpoorten in een gecementeerde omlijsting. Recentere, rechthoekige muuropeningen in de oostgevel.
Een laag gebouwtje van drie (?) traveeën onder zadeldak (leien) verbindt het laatst genoemde gedeelte met het poortgebouw.
Haaks op de stal, ten noorden van het erf, ruime dwarsschuur onder wolvedak (leien); perelaar tegen de zuidgevel. Kalkstenen plint en aanzet van kalkstenen hoekbanden; muizentandfries en tandlijst met dropmotief onder de dakrand; boven de poort een nis in een rechthoekige, kalkstenen omlijsting, met panelen op de posten; druiplijst, afgewerkt met een eier- en een parellijst.
Tussen de schuur en de westvleugel, rechthoekige poort onder zadeldakje (mechanische pannen); houten latei en kalkstenen posten met negblokken.
Ten noorden, buiten het erf, alleenstaande stalvleugel (?), thans ingericht als woonhuis; twaalf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (Vlaamse pannen). Gesmeed ijzeren muurankers. Aangepaste, rechthoekige vensters. Twee rechthoekige deurtjes in een verankerde kalkstenen omlijsting met neuten en sluitsteen.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Speelhof, buitenverblijf van de Sint-Trudo-abdij [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23055 Geraadpleegd op 12-11-2019
De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug.
Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt".
Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon.
