Voormalig refugiehuis van de abdij van Herkenrode. Thans gedeelte van het Sint-Trudo-instituut. In zijn huidige vorm een U-vormig complex, waarvan de gebouwen gegroepeerd zijn rondom een binnenplaats.
De oostvleugel, die aan de straat grenst, heeft een verspringend aantal traveeën en twee bouwlagen onder mansardedak (kunstleien) met dakkapellen; jaartal 1748 op de sluitsteen der poort, wijzend op het bouwjaar van het dak, de poort en de bovenvensters; de kern echter (benedenvensters) dateert uit de eerste helft van de 17de eeuw. Gerestaureerde bakstenen lijstgevel op een breukstenen plint met afschuining, vernieuwd over het rechter gedeelte; mergelstenen speklagen en dito hoekband aan de rechter zijde. De benedenvensters zijn voormalige kruiskozijnen (verdwenen tussenstijl en dorpel) in een mergelstenen omlijsting met negblokken; vernieuwde latei en lekdrempel; gekoppelde ontlastingsboogjes van een rollaag met mergelstenen sluit- en aanzetstenen en een overspannende boog van een rollaag en een platte laag, eveneens met mergelstenen sluit- en aanzetstenen; getoogde bovenvensters in een vlakke kalkstenen omlijsting met licht uitspringende sluitsteen afgewerkt met een korte druiplijst. Monumentale kalkstenen rondboogpoort met kwarthol profiel, ingeschreven in een rechthoekige omlijsting op neuten; de posten en het geprofileerd beloop zijn voorzien van ingediepte panelen; geprofileerde imposten en licht uitspringende trapezoïdale sluitsteen (jaartal); boven de geprofileerde druiplijst een inzwenkende bekroning tussen postamenten met een pijnappelmotief; aflijnende gebogen en geprofileerde druiplijst met gestrekte uiteinden; in het midden een ingediept veld met abdiswapen en leus SCIO QUI CREDO.
De achtergevel vertoont getoogde kalkstenen benedenvensters met sluitsteen met korte druiplijst, en een centraal getoogd bovenvenster in een rechthoekige omlijsting met uitgespaarde zwikken (18de eeuw). Brede, verankerde, mergelstenen rondboogpoort met afgeschuinde neg en negblokken aan de posten (17de eeuw ?).
De zuidvleugel telt negen traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak, met recente zolderverdieping. In de derde travee, gevelsteen met wapenschild en opschrift: PERILLUSTRIS AC GENEROSA / DNA MARGARETA DE BERGIS / ABBATISSA DE HERCKENROEDE / HOC OPUS FIERI CURAVIT A 1624. Bakstenen gebouw waarvan de gevel voor kort gerestaureerd werd. Mergelstenen steigergaten en banden; gesmeed ijzeren muurankers. Voormalige kruiskozijnen, thans rechthoekige vensters met mergelstenen posten met negblokken en recentere kalkstenen dorpels; dubbele ontlastingsboogjes van een rollaag en een platte laag met mergelstenen sluit- en aanzetstenen. Getrapte zijgevel, gedeeltelijk schuilgaande achter een recente muur; gesmeed ijzeren muurankers en mergelstenen banden; behouden post met negblokken van een mergelstenen venster.
De noordvleugel telt zes traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (Vlaamse pannen). Gevelsteen in het midden der tweede bouwlaag, voorzien van een driehoekig fronton: wapenschild met leus PIE ET PROVIDE, jaartal 1670 en opschrift ANNA / CATHARINA DE LAMBOII / ABBATISSA STRUXIT; hieronder een tweede gevelsteen met wapenschild, jaartal 1684 en opschrift REM DEO. Bakstenen gebouw met mergelstenen band tussen beide verdiepingen, en kalkstenen hoekbanden; gesmeed ijzeren muurankers. Getoogde benedenvensters in een geriemde, kalkstenen omlijsting met oren, uitspringende sluitsteen met trigliefmotief en korte druiplijst; rechthoekige, voorheen beluikte bovenvensters in een geriemde kalkstenen omlijsting met oren en geprofileerde druiplijst. In de zuidgevel een getoogde deur (tweede helft 18de eeuw) in een vlakke, kalkstenen omlijsting met sluitsteen met korte druiplijst en kalkstenen tussendorpel. In de westelijke zijgevel gelijkaardige deur met getralied bovenlicht en gerijkaardige benedenvensters. Het gedeelte links schijnt van een latere periode te zijn (bouwnaad).
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Refugiehuis van de abdij van Herkenrode [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22922 Geraadpleegd op 12-11-2019
De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug.
Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt".
Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon.
