Herenboerenparkje van de Commanderij van Bernissem

Herenboerenparkje in landschappelijke stijl met pittoresk karakter, uit het einde van de 19de - begin van de 20ste eeuw, ten zuiden van de hoevegebouwen. Voormalige Commanderij van de Duitse Orde, beantwoordend aan de neerhof-opperhofstructuur met tuinen; na het Ancien Régime herbestemd als suikerbietenfabriek, later als landbouwbedrijf.

Op het kaartboek van de abdij van Sint-Truiden uit 1697 komt Bernissem voor als een geheel van losse gebouwen, bij een 'Horionfonteijn'. Vijftig jaar later wijdt de auteur van Les Délices du païs de Liège (1740) er een beschrijving aan: “Het laag gelegen terrein is moerassig maar dankzij de grachten die het doorsnijden en die er nu de schoonheid en de begrenzing van uitmaken, werd het drooggelegd. Het kasteel van Berneshem is middenin deze vlakte gelegen, voorzien van hagen en met veel zorg gecultiveerd. Een brede esplanade omzoomd met een dubbele laan van linden leidt naar een ruim neerhof met de boerderijgebouwen. Van daaruit gaat men verder naar het kasteel dat bestaat uit een ruim, vierkant paviljoen afgescheiden van een groot woonhuis, dat geflankeerd is door zes torens en waarvan men de ouderdom afleest op de wel 200 voet lange gevel. Het paviljoen zelf is recenter en draagt in het fronton het monogram 'DeUs ConsoLator MeuS' (1660). Momenteel is Bernissem bezit van Com­man­deur Vandernoot, broer van de graaf van Duras”.

Van Bernissem, een machtig complex van de Commanderij van de Duitse Orde, afhangend van de landcommanderij Alden Biesen (Bilzen), bestaat er een mooie ets van Romein de Hooghe uit 1700 en een tekening van Remacle Leloup rond 1740. Het komt ook voor op de Ferrariskaart (1771-1775). Het is dan een omgracht goed, gelegen te midden van boomgaarden. Het bezat ten noorden en ten zuiden, binnen de grachten, uitgestrekte tuinen voor nut en voor sier. Voorbij het poortgebouw lag ten westen het neerhof, ten oosten de oude burcht met poorttorens, hoektorens en een georiënteerde, uitspringende kapel, en nog meer oostelijk het nieuwe hof voor de commandeur, uit 1660, met binnenplaats en ingangsrisaliet met driehoekig fronton. Romein de Hooghe toont prachtige 17de-eeuwse tuinen ten zuiden, aan de voet van de beide herenverblijven, volledig in de traditie van de renaissancetuinen, zoals we die van Hans Vredeman de Vries kennen.

Ten tijde van Philippe de Corswarem (1759-1839) bezaten de gebouwen nog hun oude uitstraling, maar op de haag na die vanaf het poortgebouw vertrok, en de nog jonge bomen die er bovenuit staken, is op zijn tekening niets van de tuinen te zien. Zijn nota geeft wijlen de heer de Selys als eigenaar.

Het Primitief kadasterplan (1825) geeft voor 'Bernissem Kasteel' een gewijzigde situatie. Het poortgebouw (perceel 673, als huis genoteerd) en het neerhof (nr. 672, als huis genoteerd) bleven geheel bewaard, de oude burcht en het commandeurshuis slechts ten dele (de kapel, nr. 670 ook als huis genoteerd), evenals de omgrachting (nr. 675, als vijver), waarvan het deel bij het poortgebouw tot landschappelijke vijver (nr. 671) is veranderd. Perceel 666 en 668 zijn in de legger als tuin opgemeten, 665 en 674 als boomgaard en 669 als suikerfabriek.

Bonniver (circa 1825) en Vander Maelen (1845-1850) bevestigen deze toestand. Zoals wel meer het geval was, werd dit kerkelijk goed herbestemd als industrieel complex. In de Franse tijd opgekocht door baron de Selys-Longchamps, startte diens schoonzoon Hyacinthe de Chestret, rentenier te Luik, omstreeks 1839 in het commandeurshuis een bietsuikerfabriek, die tot een belangrijk bedrijf uitgroeide. In de eerste legger van het kadaster staat hij dan ook als eigenaar genoteerd. Een plattegrond uit 1884 toont hoe het bedrijf via een privé-spoorlijn met het bestaande spoor Tienen-Tongeren was verbonden. Ten zuidwesten van het poortgebouw en de boerderij lag een 'bosquet' met een langgerekte U-vormige vijver ter koeling van het productiewater, in feite de verlandschappelijkte oostelijke gracht die voor een deel nu nog bestaat.

Op de Dépot-kaart (opname 1871, uitgave 1877) is dezelfde situatie af te lezen. Door de roze kleur van de noordelijke en zuidoostelijke tuin mag men besluiten dat het moestuinen zijn. Op de kaart van het ICM, uitgave 1897, is Bernissem als suikerfabriek genoteerd en zijn de gebouwen uitgebreid. Op de Stafkaart van 1949 wordt Bernissem als hoeve genoteerd en zijn het oostelijke grachtensysteem en de ­fabrieksgebouwen verdwenen. In 1913 volgde de afbraak van de fabriek, maar de hoevefunctie en -gebouwen bleven behouden.

Vandaag is Bernissem gelegen ten noordwesten van de stad, aan de rand van de oprukkende verstedelijking en van een industriepark, aan een bijbeek van de Logebeek die zich, samen met de Oudebeek, meer westelijk in de Cicindriabeek stort. Voorheen was de straat 'Bernissem' genaamd, een dreef die vanuit de richting Schurhoven ten noordoosten de dreef vanuit het Bogaardenhof en het Gravenhuis in Zepperen vervoegde. Vanaf Bernissem, ligt er een korte oprit in kassei naar het poortgebouw en de boerderij met herenwoning in de voormalige kapelvleugel van de Commanderij. Een haag van eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) dient als begrenzing. Ook de weg die van de fabriek naar het westen, achter de gebouwen vertrekt, en op de Dépot-kaart (opname 1871, uitgave 1877) genoteerd staat richting 'projet du chemin de fer de St.Trond à Tongres', bestaat nog steeds.

Het parkje is niet meer dan een grasveld en (bron) vijver met bomengordel van gewone es en grauwe els, ten westen van het poortgebouw.


Bron     : DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum  : 2003

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Herenboerenparkje van de Commanderij van Bernissem [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/303374 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Duras, hét kasteeldorp bij uitstek

Duras, hét kasteeldorp bij uitstek

Onderschrift bij deze foto

Het grafelijk kasteel ligt pal in het midden van het kerkloze Duras, halfweg tussen Brabant en Loon. De Molenbeek en de Cicindria komen er samen. Tussen de bossen en landerijen, op het einde van een laan, duikt een evenwichtig indrukwekkend gebouw op in Franse klassieke stijl uit 1789. Van de Hollandse koning Willem I werden er ooit liefdesbrieven teruggevonden. De koepel, verdwenen bij de brand in 1913, werd er gelukkig in 1961 terug op gezet. De ‘slaven van Trast’ vierden in 1989 groot feest: 850 jaar parochie en 200 jaar kasteel. De Boogschutterij Sint-Sebastiaan, genoemd naar de heilige die vol pijlen werd geschoten, kan zijn bestaan sinds 1642 bewijzen. Het eendrachtige Concordia (°1972) schopte de voetbal ooit tot in tweede provinciale. Bij de zgn. ‘kleine fusie’ in 1971 werd Duras uitgebreid met de dorpen Gorsem, Runkelen en Wilderen, maar bij de ‘grote fusie’ in 1977 werden alle dorpen deelgemeenten van Sint-Truiden.



De waterburcht van de graven van Duras werd al in 1102 genoemd. Het huidige neo-classicistische kasteel is gebouwd tussen 1787 en 1789 naar ontwerp van Ghislain-Joseph Henry. Opdrachtgever Hendrik van der Noot was een van de voornaamste grootgrondbezitters in Brabant. Mogelijk wou hij een vluchthuis net over de grens bouwen in roerige revolutietijden.


In 1902 werd het kasteel bijna verwoest door een brand, maar onmiddellijk heropgebouwd. In het laatste oorlogsjaar 1945, werd het kasteel door een Duitse vliegende bom geraakt. Vele vertrekken werden sterk beschadigd. Tussen 1960 en 1962 is het kasteel met steun van de Belgische staat en door graaf van Liederkerke volledig gerestaureerd. De bescherming als monument kwam er al in 1948.

Graaf Jean-Joseph van der Noot huwde met Florence de Ruyssche, gravin van Elissem, bij Landen. Een van hun kinderen, Louise, trouwde in 1803 met Prins Louis de Ligne, zoon van Charles en prinses Hélène, van het Poolse Massalska Huis. Hun zoon, Eugène werd een troonpretendent van België. Na de dood van haar echtgenoot in 1813, huwde Louise een tweede maal, deze keer met graaf Charles d'Outremont.

Architect Ghislain-Joseph Henry uit Dinant ontwierp de voorgevel en de bijgebouwen in een statige, evenwichtige Toscaanse stijl. Opvallend aan de voorzijde is de uitspringende vestibule die voorafgegaan wordt door zes Ionische zuilen, die nu opnieuw een kleine koepel schragen. De ontvangstzaal is de draaischijf waarrond alle andere vertrekken zijn gegroepeerd.

Onderschrift bij deze foto

Het kasteel ligt te midden van een park en is te bereiken via een platanendreef. In het park staat grote mammoetboom uit 1881. Het park ligt in een groter domein van meer dan 100 ha, bestaande uit bossen, weilanden, akkers en hoogstamboomgaarden. Er zijn nog resten van een watermolen bij en een hoeve. Enkele malen per jaar is het kasteel door het publiek te bezichtigen, en het is te huur voor feesten. Rond 2018 waren de Wijnfeesten en het familiespektakel ‘Kerstmagie’ populair. Dat laatste is een product van Historalia van Prins Simon de Merode

Onderschrift bij deze foto

Kijk: Luik, Archief van het Bisdom , Abbaye de Herkenrode, G I 5-9, Kadastraal register van landmeter Peter Meysman, 1669-1685 : http://www.evequesdeliege.be/evl2/index.php. Rombout NIJSSEN en Raf VAN LAERE, Kastelen op papier. Aquarellen van Limburgse kastelen uit de eerste helft van de negentiende eeuw, Wijer: Limburgse Studies, 2005, p. 26-29.


Lees: A.J.A. VASSE, Le domaine de Duras: album comprenant 8 vues avec texte, Brussel, 1855; M.J. WOLTERS, Notice historique sur l'ancien comté de Duras en Hesbaie, Gent, 1855; Clemens-Guido DE DIJN C.G., Kasteel van Duras, in Het groot kastelenboek van België, Kastelen en buitenplaatsen, Brussel, 1977, p. 95-97; Chris DE MAEGD en Herman VAN DEN BOSSCHE, Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed, 2003; Franz AUMANN, Het ontstaan van het kasteelpark van Duras: een werk van lange adem en Tine RIJVERS en Joke RYMEN, Landschapszorg op het kasteeldomein van Dura, beide in: Sint-Truidens erfgoed, (her)bestemd voor nu en straks. Open Monumentendag Vlaanderen. Sint-Truiden 2015, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2015, p. 44-67.