Stadswoning

Breedhuis van het dubbelhuistype, vijf traveeën en twee bouwlagen onder steil zadeldak (Vlaamse pannen), met kern uit de 17de eeuw (volume, dakhelling, linker zijgevel), en aanpassingen uit de 18de eeuw (jaartal 175(?)6 aangeduid door middel van muurankers), eind 18de eeuw (voorgevelordonnantie), en eind 19de eeuw (cementering en neoclassicistische ornamenten).

Bakstenen gebouw met een gecementeerde lijstgevel en beschilderde benedenverdieping, op een gecementeerde plint; gesmeed ijzeren muurankers; kalkstenen hoekband, zichtbaar aan de linkerzijde. Gecementeerd meanderfries op de puilijst, en panelen met guirlandemotief onder de kroonlijst. Rechthoekige vensters in een beschilderde hardstenen omlijsting van hergebruikt materiaal (profilering); gecementeerd riemprofiel en versierde sluitsteen uit de tweede helft van de 19de eeuw; het linker benedenvenster is omgevormd tot deur. Rechthoekige deur in een beschilderde hardstenen omlijsting met gestrekte hardstenen tussendorpel; fraai bovenlicht. Zijgevels met aandaken en vlechtingen; in de linker zijgevel (witgekalkt) is een kalkstenen schouderstuk zichtbaar; gesmeed ijzeren muurankers, twee houten kozijnen (één gedicht) en twee kleine, vierkante openingen in de top.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stadswoning [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22797 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be