Bongaerts, (Joannes) Hendrik, politicus

Bocholt 12.08.1881 Velm 15.04.1921 , x Emma Doucet 

Zoon van douanier Jan Hendrik en Maria Margareta Hubertina Severijns. Controleur accijnzen, gestationeerd in Velm , waar diverse alcoholstokerijen waren. Kennis met lokaal meisje. Overgeplaatst naar Hasselt en Vroenhoven. Ontslag na huwelijk met rademakersdochter te Velm juni 1914 en uitbreken WO I. 

Koster-organist en verzekeringsagent Mercator. Kerkstraat. Medestichter kerkzangkoor, toneelmaatschappij Vermaak na Arbeid, fanfare en culturele vereniging Volksopbeuring. Dirigent fanfare. Deelname aan activisme en anti-Petenartikel in De Bode van Limburg. Enkele maanden geïnterneerd na WO I. Jong weduwnaar en verhuis naar kapelanij wegens ziekte. Won als lijsttrekker postuum de gemeenteraadsverkiezing van 1921 met Katholieke Vlaamse partij tegen de sterke liberale partij van volksvertegenwoordiger en burgemeester Peten. Stierf vijf dagen voordien. 

 Lees: Herman DOUCET, Hendrik Bongaerts (1881-1921), in 3 B.V.'s: drie belangrijke Velmenaren. Het levensverhaal van Hendrik Bongaerts, Edmond Gemis en Robert Schrijvers, Sint-Truiden. Davidsfonds, 1999, p. 7-32.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be