Watermolen met hoeve

Voormalige watermolen met hoeve: de huidige gebouwen dateren uit de eerste helft van de 19de eeuw, doch oudere kern. Alleen de hoeve is nog in bedrijf, de molen is sedert 1950 buiten gebruik, en de Melsterbeek werd gedicht circa 1965. Het complex is gelegen in een landelijke omgeving, en door een oprit, omgeven door boomgaarden, met de Diestersteenweg verbonden. Gebouwen gegroepeerd rondom een erf met onregelmatige vorm.

Ten noordwesten, molenhuis en woonhuis van zes traveeën en anderhalve bouwlaag onder gebogen wolfsdak (Vlaamse pannen). Bakstenen gebouw met gesmeed ijzeren muurankers. Rechthoekige muuropeningen onder houten latei; beluikte benedenvensters. Opkamer in de twee linkse traveeën der achtergevel; kleinere vensters en een deur, alle onder houten latei. Zuidwestelijke zijgevel met molenrad; de gevel is voor het grootste deel uit kalksteen opgetrokken; drie rechthoekige, kalkstenen venstertjes met geprofileerde posten en duimen, het middelste met jaartal 1832.

Gaande buitenwerk in verval en molenboom verzakt. Onderslagrad met opgespannen plaatijzeren schoepen op gietijzeren velg; houten spaken op gietijzeren askop; ijzeren as. Binnenwerk nog intact. Houten maalzolder, doch maalstoelen rustend op gietijzeren zuilen en kader. Gietijzeren drijfwerk, verticaal opgesteld, met verdeling door horizontaal groot kamwiel. Op maalzolder: drie maalstoelen (in ronde houten steenkist) en houten galg. Twee haverpletters bewaard: een op maalzolder, aangedreven door drijfriem vanaf horizontale as op drijfwerk; een op begane grond (verplaatst?).

Ten zuidoosten, stal van vijf traveeën onder wolfsdak (Vlaamse pannen); wit overkalkt stijl- en regelwerk met bakstenen vullingen en rijke houtconstructie (vijf regels); gepikte- plint; twee zolderluiken, drie kleine vensters en twee deuren. De achtergevel is van recentere aanbouwsels voorzien. Haaks aansluitend op de stal, ten noordoosten van het erf, dwarsschuur van vijf traveeën onder wolfsdak (Vlaamse pannen); wit overkalkt stijl- en regelwerk met bakstenen vullingen op een gepikte plint. Schuurpoort in de zuidwestelijke gevel, die grotendeels schuil gaat achter bakstenen aanbouwsels onder lessenaarsdaken. Een aanbouwsel onder lessenaarsdak en twee open bergruimten tegen de achtergevel. Uilengaten in de zijgevels. Laag dienstgebouwtje van twee traveeën onder zadeldak (Vlaamse pannen) tegen de noordoostelijke zijgevel van het woonhuis; baksteenbouw; zijgevel met aandak en vlechtingen.

Karrenhuis ten zuidoosten, aan de oprit. Bakhuis ten noorden, buiten het erf; twee traveeën onder zadeldak (Vlaamse pannen); stijl- en regelwerk met bakstenen vullingen, thans sterk vervallen.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Watermolen met hoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22699 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Onze vierde toren staat in Mechelen

De stad Mechelen groeide bij de Dijle en lag in de middeleeuwen dus op de vaarroute tussen Zoutleeuw en Antwerpen in het hertogdom Brabant. De abdij van Sint-Truiden had er ooit haar ambassade.

Het Groen Waterke, een vliet aan de Ankerbrug in de schaduw van de Sint-Romboutskathedraal, is het meest schilderachtige plekje van de stad om te fotograferen. Vlakbij liggen de vluchthuizen van belangrijke abdijen: Affligem, Tongerlo en Sint-Truiden. In de woelige 16de eeuw, toen protestanten in de Nederlanden rebelleerden, hielden de abdijen van het platteland graag een pied-à-terre binnen de veilige wallen van een stad. Die ‘refuge’ was ooit nuttig voor lobbywerk in vredestijd. Zeker in Mechelen, toen zowat de hoofdstad van de Nederlanden.

Ook in Sint-Truiden zochten abdijen en kloosters van de verre omgeving hun toevlucht. We kennen nu vooral nog de refuges van Averbode (Ursulinen) en Herkenrode (vroeger de ‘Broeders’ in de Schepen Dejonghstraat). Jozef Smeesters somt er in de catalogus ‘18de eeuw’ bij de Trudofeesten 1993 nog een hele reeks andere op. De refugie van de vrouwenabdij van Nonnemielen werd later legerkazerne en verdween voor het administratief centrum. De praktijk van zo’n vluchthuis vinden we bijvoorbeeld in het archief van de Zepperse begaarden. Die hadden hun toevluchtwoning in de Gangelofparochie. Ze verhuurden het in 1678 aan een edelman uit Aalst, met last om in oorlogstijd plaats te ruimen. De pachter van de kloosterhoeve kreeg in zijn contract de verplichting om in woelige tijden alle meubels naar Sint-Truiden te voeren. Hij kreeg daarvoor kost en drank. Ook het kloostergraan, waardevast kapitaal, werd altijd naar de zolder in de veilig omwalde stad gereden. Na het ontmantelen van de wallen en poorten in 1675 op bevel van de Franse zonnekoning lag het stadscentrum wel open en bloot.

De Truiense abt Joris Sarens was geboren in Mechelen in 1477. Zijn broer, kanunnik Willem, liet rond 1540 in zijn vaderstad een prachtig gebouw met traptorentje en drie vleugels rond een binnenplaats metselen. Een combinatie van roze baksteen met witte kalkzandsteen. Enkele jaren later erfden broer Joris en de abdij van Sint-Truiden het pand. In 1611 kwam het in louter Mechelse privéhanden. Een stoute Mechelse bron schrijft de verkoop toe aan het geldgebrek van onze abdij, geplaagd door de Opstand in de Nederlanden en Luik.

De ranke traptoren is alleen onderaan nuttig, de rest is pure pronk en status. Wel een boeiende, hoge uitkijkpost in een tijd toen de mensen niet vlogen. Je kan het best vergelijken met het Antwerps torentje in het stadskwartier te Bokrijk. Het beschermde gebouw, lange tijd archief van het aartsbisdom, is in 2000 op kosten van de provincie Antwerpen schitterend gerestaureerd. Het doet onder meer dienst als conferentieplek voor de Belgische bisschoppenraad. De Antwerpse deputatie gaf bij de restauratie een glossy brochure uit in 2000. 


Lees: Linda VAN LANGENDONCK, Monnikenwerk- en engelengeduld: geschiedenis en restauratie van de voormalige refuge van Sint-Truiden te Mechelen, Antwerpen: Provincie Antwerpen Dienst Kunstpatrimonium, 2000.