
Centrum van druk bezochte bedevaartplaats sinds 1636; aanvankelijk gekend als "Onze-Lieve-Vrouw ten Nachtegaal bij den Kortenbos".
Huidige kerk gebouwd tussen 1641-1648 (beuk) en 1655-1665 (transept) naar ontwerp van N. Ray, minderbroeder; toren van 1665, spits met lantaarn en hoektorentjes voltooid in 1725; voorgevel en portaal tussen 1698-1725; twee zijportaaltjes in 1925.
Eenbeukige barokke kruiskerk; schip van vier traveeën, transept van twee traveeën, koor van een rechte travee met vlakke sluiting; oosttoren, met sacristie.
Sobere baksteenbouw met verwerking van mergelsteen. Zeszijdig westportaal onder afgewolfd zadeldak (leien), geflankeerd door lagere noord- en zuidkapellen onder afgesnuite bedaking (leien). Markante hoekpilasters, belijnd met gekorniste kroonlijst van mergelsteen; centraal driehoekig fronton (baksteen) met geprofileerde mergelstenen lijsten. Rechthoekige deur in een geblokte omlijsting van kalksteen, bekroond door een driehoekig kalkstenen fronton; ovaal bovenvenster in een uitgewerkte omlijsting in de latere noordelijk en zuidelijk gelegen bijgebouwen. Westelijke voorgevel uitgewerkt met mergelsteen, en belijnd door drie lijsten en evenveel mergelstenen banden. Noord- en zuidgevel van schip en transept geritmeerd door slanke, verdiepte rondboogvensters met sterk geprofileerde omlijstingen van baksteen die de verticaliteit van het gebouw benadrukken; in het transept zijn de onderscheiden boven- en benedenvensters opgenomen in een gelijkaardige "nis"; omlopende mergelstenen kroonlijst. In noord- en zuidgevel van het koor, hooggeplaatste rondboogvensters (baksteen) boven de rechthoekige uitbouw onder afgesnuit lessenaarsdak. Zadeldak (leien) boven schip en koor, aansluitend schilddak boven het transept.
Vierkante oosttoren met de doorgetrokken kroonlijst op halve hoogte; rondboogvormige muuropeningen in verdiepte omlijstingen (baksteen); top van de tweede geleding verlevendigd met mergelstenen hoekbanden en mergelstenen speklagen, op iedere zijde onderbroken door twee mergelstenen rondboogvormige galmgaten met negblokken onder een centrale wijzerplaat; mergelstenen steigergaten, en dito kroonlijst op modillons. Achtzijdige lantaarn met peervormige spits, gecantonneerd door vier slanke peervormige hoektorentjes (leien).
Witgeschilderd en bepleisterd interieur; drukke wandindeling boven de barokke lambrisering. Traveeën aangegeven door de gedrukte gordelbogen tussen kruisribgewelven, alle bogen en ribben met tenietlopend profiel aansluitend bij kapiteelloze pilasters; verdiepte vensters met dubbele sponning. Noordelijk en zuidelijk transept met tussenverdieping, op beide niveaus opgevat als twee individueel overkluisde ruimten; kapellen op begane grond en tribune bovenop. Vlakke koorsluiting afgeschermd door monumentaal drieledig portiekaltaar.
Mobilair: Achttien votiefschilderijen op doek (17de-, 18de eeuw); altaarstuk "Heilige Norbertus bij Onze-Lieve-Vrouw", G. de Crayer (1662); altaarstuk "Onze-Lieve-Vrouw met Sint-Norbertus en Sint-Augustinus", Vlaamse School (tweede helft 17de eeuw); altaarstuk "de Westerse Noodheiligen", Vlaamse School (tweede helft 17de eeuw); twaalf voorstellingen van premonstratenzerheiligen, door Abraham van Diepenbeek (derde kwart 17de eeuw).
Beeld Onze-Lieve-Vrouw-van-Kortenbos, terracotta (eerste helft 17de eeuw). Hoofdaltaar door Pieter Scheenaekers (Antwerpen), gemarmerd hout (circa 1710); twee zijaltaren, gemarmerd hout (circa 1655).
Tien biechtstoelen ingewerkt in de rijke eiken lambrisering, door Antoon Baeyens (Mechelen), (circa 1651); preekstoel, eik, gedateerd 1647; communiebank, eik (circa 1724).
Dorpskenner Hubert Hoche (+) van Kerkom liet in 2002 een raadseltje oplossen, dat de Open Monumentendagfolder in 1990 open liet. Hoog in de kerktoren zit een verweerde steen met wapenschild ingemetseld. Met hulp van een verrekijker en het wapenboek van de Belgische adel kennen we nu wel het antwoord: Hyacinthe de Chestret, Luikenaar van formaat, liet er zijn merk achter.
Zeer waarschijnlijk sponsorde hij de heropbouw van de kerktoren in 1861 naar ontwerp van Isidore Gérard. Rond die tijd werd hij levenslang burgemeester van Kerkom. Hyacinthe was oud-militair, liberaal senator én suikerfabrikant in Bernissem. Hij trouwde in 1834 met de dochter de Selys van het lokale Alsterdomein. Voor een goed begrip: het gaat om het zogenaamde ‘Rood Kasteel’, waar zijn familie in 1889 het mooie kasteeltje bouwde midden in een groot Engels landschapspark. Paul Hayen (+) legde er later zijn stoeterij ‘Darby Farm’ aan. De dreef van aan de Naamse Steenweg leidt naar het ander, ‘Wit Kasteel’ van Kerkom, eigendom van de Brouckmans en later van Porreye.
In 1852 kreeg bietsuikerbaron de Chestret van Leopold I een echte titel met kroon. Die prijkt met z’n negen parels boven op het wapenschild. De geelgrijze mergelsteen heeft intussen wat parels laten vallen, maar het familielogo is nog best herkenbaar. In heraldisch jargon luidt het: doorsneden van zilver, met een leeuw van sinopel, gekroond met goud, getongd in keel, met op azuur drie zespuntige gouden sterren. Het schil is getopt met een baronnenkroon en gehouden door twee gekroonde en omgewende gouden leeuwen. De steen op de kerktoren toont nog twee gekruiste palmen onderaan. Natuurlijk zit er geen kleur (meer) op de mergel, maar in mensentaal heeft het schild beneden een groen leeuwtje op wit en bovenaan drie gele sterren op blauw. Twee gele leeuwen houden het blazoen recht. Die zien er met hun abnormaal naar buiten gekeerde muilen vervaarlijk lelijk uit.
Mergel is versteende kalkmodder, opgebouwd uit de skeletafval van zeediertjes, 66 miljoen jaren oud en gezaagd uit groeven in Zuid-Oost-Limburg. De juiste naam is Maastrichtersteen of krijtsteen. Architect Gérard gebruikte mergel ook voor versieringen aan zijn andere gebouwen, zoals het afgebrande kasteel van Nieuwerkerken, het afgebroken casino op het huidige Europaplein of het kerkje van Ordingen. Als Henegouwse leerling van de Gentenaar Louis Roelandt vestigde hij zich in onze provinciestad rond 1848, maar verliet ze in 1861 om stadsarchitect te worden in Hasselt. Hij vertrouwde op de zachte Limburgse steen die je kan bewerken met timmermansgereedschap zoals zaag en schaaf. Maar uitstekende reliëfdetails in mergel verweren gemakkelijk, zo bleek later.

De steen in gele mergel zit boven de ingangsdeur
Overigens heeft de Sint-Maartenskerk op de valleihelling van de Cicindria , ondanks de verwoestende brand van 11 januari 1975, nog wat leuke details in petto: jonker Laurens van Alster liet er zich in 1539 voor eeuwig verstenen in harnas, met lang ruiterzwaard en met de voeten rustend op z’n hazewind. Het kerkhof van Kerkom telt veel oude grafkruisen, al vanaf 1623, en op de hekpijlers zijn van de ingang zijn evangelieteksten gebeiteld.
Wie er het fijne van wil weten kan terecht in de stedelijke openbare bibliotheek, in het fonds Trudonensia, waar per dorp een documentatiemap is aangelegd. Over mergel is er de ‘Atlas natuursteen in Limburgse monumenten’ geschreven door Roland Dreesen en Michiel Dusar. Om wapenschilden te ontcijferen neem je best het ‘Wapenboek van de Belgische adel van de 15de tot de 20ste eeuw', in 1992 geschreven door Paul Janssen en Luc Duerloo.