Oorspronkelijk waarschijnlijk één breedhuis van zeven traveeën en twee bouwlagen onder steil zadeldak (Vlaamse en mechanische pannen), uit de 16de eeuw. Stijl- en regelwerk met bakstenen vullingen; overstekende tweede bouwlaag op puibalk en onversierde balkkoppen; acht stijlen en zeven regels (bovenverdieping). Nummer 11 is gerestaureerd en voorzien van een nieuwe, breukstenen plint; de gevelordonnantie is als volgt opgevat: op de benedenverdieping een beluikt houten bolkozijn; op de bovenverdieping een houten bolkozijn en een rechthoekig houten venstertje; een beluikt venstertje is gekoppeld aan de rechthoekige, houten deur. Nummer 13 bewaart dezelfde deur, doch de overige muuropeningen zijn aangepast; dit geldt tevens voor nummer 15, doch hier is de volledige benedenverdieping gewijzigd en voorzien van een rechthoekig venster en deur onder metalen lateien.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stadswoningen [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22728 Geraadpleegd op 12-11-2019
In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde.

De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout.


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.
