Stadswoningen

Oorspronkelijk waarschijnlijk één breedhuis van zeven traveeën en twee bouwlagen onder steil zadeldak (Vlaamse en mechanische pannen), uit de 16de eeuw. Stijl- en regelwerk met bakstenen vullingen; overstekende tweede bouwlaag op puibalk en onversierde balkkoppen; acht stijlen en zeven regels (bovenverdieping). Nummer 11 is gerestaureerd en voorzien van een nieuwe, breukstenen plint; de gevelordonnantie is als volgt opgevat: op de benedenverdieping een beluikt houten bolkozijn; op de bovenverdieping een houten bolkozijn en een rechthoekig houten venstertje; een beluikt venstertje is gekoppeld aan de rechthoekige, houten deur. Nummer 13 bewaart dezelfde deur, doch de overige muuropeningen zijn aangepast; dit geldt tevens voor nummer 15, doch hier is de volledige benedenverdieping gewijzigd en voorzien van een rechthoekig venster en deur onder metalen lateien.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stadswoningen [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22728 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be