Cartuyvels, Petrus (Remaclus), pastoor

Buvingen 1640 Sint-Truiden 22.04.1724 .

Zoon van Petrus en Oda Ulens of Ulrix. Broer van benedictijn Dionysius ‘Remaclus’ (1654-1727), van pastoor François van Ezemaal en van priester Trudo. Baccalaureaat theologie 1665. Pastoor Outgaarden en Attenrode. Pastoor Sint-Marten 1670 en stichter Broederschap Zielen van het Vagevuur. Pastoor begijnhof Sint-Truiden 1676. Herstelde begijnhof van oorlogsschade en zette administratie op. Stichter Broederschap Sint-Jozef ca. 1684 en verwerver reliek Sint-Agnes. Stichter studiebeurzen voor nakomelingen broer. Weldoener, schonk minstens twee altaarschilderijen. Conflict met hoogmeesteres Van der Borcht begijnhof. 

Begraven in koor begijnhofkerk , grafsteen bewaard. Portret als schenker op Calvarieschilderij H.Kruisaltaar Begijnhof 1692. 

Leuze Per ignem et aquam .

Lees: François STRAVEN, Notice historique sur le béguinage dit de Sainte-Agnes à Saint-Trond, Sint-Truiden. E. Schoofs-Herman, 1876, p. 62-66; A. MALCORPS, De Cartuyvels-stam te Boekhout-bij-Jeuk, in Limburg, 36, 1957, p. 318-322; Hanne VAN HERCK, Een gemeenschap van begijnen, in BEGIJNHOF, p. 29-31; Familiewapens, in HBVL, 10/11-11-2009.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.