Conventhuizen

Reeks identieke breedhuizen van het dubbelhuistype, vier traveeën (nummer 40: vijf) en twee bouwlagen onder gebogen zadeldak (Vlaamse en mechanische pannen), van 1780. Witgekalkte (op nummer 38 na) bakstenen gebouwen op een kalkstenen plint; gesmeed ijzeren muurankers. Getoogde vensters in een rechthoekige kalkstenen omlijsting met sluitsteen en uitgespaarde zwikken. Gelijkaardige deuren met kalkstenen tussendorpel en getralied, waaiervormig bovenlicht. Nnummer 40 heeft in de laatste travee een getoogd bakstenen deurtje met een getoogde nis erboven. De achtergevels hebben dezelfde ordonnantie op de benedenverdieping; op de tweede bouwlaag, getoogde vensters in een bakstenen omlijsting; getoogde zoldervenstertjes.

De conventhuizen vertonen intern eenzelfde structuur, met name gevormd door een dwarse hal, die twee ruimtes (één travee breed) links vooraan en achteraan scheidt van een traphal (één travee) met kleine ruimte (één travee) ernaast aan de rechterzijde vooraan, en een groot vertrek (twee traveeën) achteraan.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Conventhuizen [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23042 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be