Eeklo 03.03 of 05.1919 Leuven 30.03.1990 .
Oudste van groot gezin van Isidoor en Clara Plasschaert. Ll. Eeklo, Lokeren en Heusden.
Minderbroeder Tielt 1939, priester 1945. Theologie Leuven. Aalmoezenier Sociale School Heverlee. Voorbereiding doctoraat over Pensées van Pascal. Scoutsbeweging Leuven. Lector klooster Sint-Truiden 1949. Godsdienstleraar Tuinbouwschool. Weekend-pastoraal. Leraar H. Graf. Stichter jeugdbeweging De Tochtgenoten van Sint-Franciscus 1950 met chiroleider Leonard Dusar. Tochtgenoten Atletiekclub TACT 1955. IJveraar voor sportterreinen in Nieuw-Sint-Truiden.
Organisatie Trudofeesten en Sint-Franciscusstoet. Organisator Kerstspel in Minderbroederskerk . Voordrachten over levenskunst en vastenpreken. Publieke ontspannings- en sportzaal in Minderbroederklooster. Provinciaal Sportaproost 1957. Naar Leuven 1962, hoofdredacteur Sport en Jeugd en medewerker Sporta. Monografieën over pater Van Clé 1982 en Pausen en sport 1985. Artikels en jeugdverhalen in Sport en Jeugd, Sporta en Sportcahiers. Postume eervolle vermelding van het BOIC 1990 als stichter en bezieler Belgische Fair-Play Club.
In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde.

De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout.


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.
