Kasteelpark Ter Kelen

Dendrologisch waardevol park in landschappelijke stijl met riant karakter in een domein (ca 14 ha) uit de tweede helft van de 19de eeuw. Kasteel afgebroken in 1948 en toren van ouder kasteel als folly op het grasveld. Oude moestuinmuren.

Ter Kelen is geïsoleerd gelegen te midden van boomgaarden, ten noordnoordoosten van de dorpskerk van Melveren, in een nog gaaf landschap. Vanaf de Engelbamp vertrekt uit het zuidwesten een dreef van zomereik (Quercus robur), gedubbeld met een haag van eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) en een jonge aanplant van gewone beuk (Fagus sylvatica), als toegang naar het voormalig kasteel, afbuigend naar het noorden, naar de voormalige dienstgebouwen. Vier gepunte schamppalen van hardsteen markeren de inrit naar de boomgaarden, de zuidelijke inrit met brug over de oude gracht. De dreef eindigt op het gekasseid erf als een brede oprit in fijne rode kiezel rond een ovaal rozenperk met grasrand. Deze toegangsdreef herkent men op de kaart van Ferraris (1771-1775). Het ‘Maison de Plaisance Ter Kelen’ bezit dan de neerhof – opperhofstructuur: een U-vormige vleugel ten westen, een gesloten complex met binnenkoer en uitspringende vierkante hoek (toren) ten oosten. Ten noorden liggen de tuinen, ten zuidwesten een lustbos waarvan de omgrachting in L-vorm achter het kasteel doorloopt tot de tuinen.

Het Primitief kadasterplan (1824-1825) geeft een totaal andere configuratie voor de gebouwen. Ter Kelen is begin 19de eeuw nog enkel een kasteel (perceel 569) met koetshuis (nr. 571) en ronde vijver (nr. 568), een moestuin (nr. 562) en een lusttuin, gelegen temidden van boomgaarden (nr. 559, 560, 564, 567, 572). Het tracé van de ingangsdreef (nr. 565) en van de gracht (nr. 566) zijn dezelfde als op Ferraris (1771-1775), slechts de westelijke arm is gedempt.

De kadastrale legger kent Werner Joseph baron de Lamberts (1775-1849) uit Sint-Truiden als eigenaar. Die was eerst gouverneur van Oost-Vlaanderen en dan van 1834 tot 1843 gouverneur van Limburg. Ter Kelen was via zijn grootmoeder, Marie Madeleine Hoens de Carteels gehuwd met graaf d’Aspremont Lynden, vrouwe van Crevecoeur en Ter Kelen in de familie gekomen. Ook voordien werd het langs vrouwelijke lijn doorgegeven, begin 16de eeuw van de familie van Eynatten via Frederik van Gulpen, heer van Waldenberg, naar Jean de Hoen de Cortils wiens zoon Justin Franbach Hoen de Cortils heer van Ter Kelen werd. Zijn dochter Marie Madelaine Angélique huwde in 1700 Charles Joseph d’Aspremont Lynden en hun dochter huwde in 1716 Léonard Joseph baron de Lamberts, heer van Cortembach.

Op de Dépot-kaart (opname 1871, uitgave 1877) vertrekt er vanaf de Engelbamp een korte oprijlaan naar het goed, met ten oosten het kasteel en ten westen de boerderij met binnenplaats en een derde volume bij de ronde vijver. Meer gebouwen liggen ten noorden en bij de moestuin. Boomgaarden, landerijen, grasvelden en stroken bos vormen de omgeving.

Een lithografie van Vasseur toont het fraaie kasteel rond dezelfde periode met de ronde hoektoren onder de karakteristieke daknaald, gelegen in een park met volwassen bomen, een grasveld rondom, klimplanten tegen de toren, een voetbegroeiing tegen de gevel, en een bloemenperk links. Dit kasteel werd, te oordelen naar de kadastrale opmetingsschetsen, meermalen verbouwd vooraleer het uiteindelijk in 1948 werd gesloopt. In verschillende stappen groeide het koetshuis tot boerderij en één van de vleugels werd het nieuwe herenhuis.

De voormalige moestuin (perceel 562) is nu bloementuin geworden, ligt ten noorden en bewaart gedeeltelijk zijn bakstenen fruitmuur, die evenwel verlaagd werd. Het moestuinhek is gevat tussen hogere vierkante pilasters van baksteen met mastabavormige beëindiging. Verzorgd spijl- en regelwerk van smeed- en gietijzer, uit begin van de 19de eeuw. Vierkante stijlen en hogere makelaar met siervaasjes als bekroning, platte onder-, tussen- en bovenregel, ronde spijlen met lanspunten en eenvoudige onderspijltjes. Krulwerk ter versteviging van het klimmend beloop naar de makelaar. In 1899 werden serres en koude bakken gekadastreerd.

Ten noordoosten van de moestuin ligt nog een dienstgebouwtje in pittoreske stijl uit de tweede helft van de 19de eeuw, deels in vakwerk, deels in baksteenmetselwerk. Er hoort een fazantenkwekerij bij met een houten inrijpoort met mooi gesneden platte houten spijlen tussen massieve bakstenen pijlers.

Het park van Ter Kelen strekt zich vandaag uit aan weerszijden van de oude kasteelgracht. Ten noorden is het een lusttuin bij de oude toren met goed ontwikkelde kruidlaag, ondermeer kleine maagdenpalm, een gazon met solitairen en bomengroepjes, een zwembad ten noorden en tennisveld ten oosten. Ten zuiden ligt een lustpark, heden als hooiland en zonder wandelpaden, met dichte, volwassen bomenrand. Die wordt gedomineerd door een monumentale Amerikaanse eik en zomereik en de onderbegroeiing bestaat ondermeer uit beshulst en gewone hazelaar. Plaatselijk is er doorkijk naar het omringend landschap. De ronde vijver van op het Primitief kadaster werd vóór 1880 tot waterpartij verbreed en in 1939 gedempt.

Bomen

Bomenrand van Amerikaanse eik (Quercus rubra), gewone beuk (Fagus sylvatica), gewone es (Fraxinus excelsior), gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), Italiaanse populier (Populus nigra ‘Italica’), gele treurwilg (Salix x sepulchralis ‘Tristis’), vederesdoorn (Acer negundo) en zomereik (Quercus robur). Verder gewone beuk (375cm); treurbeuk (Fagus sylvatica ‘Pendula’) (334cm); bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’) (228cm); gewone es (286cm); Japanse notenboom (Gingko biloba) (281cm); Jeneverbes (Juniperus spec.) (166cm); zomereik (435cm); (Quercus robur ‘Heterophylla’) (342cm); moerascipres (Taxodium distichum) (288cm, 480cm, zonder kruin en met 5 opgaande stammen). Parallel aan de gracht, een bosje met ondermeer zomereik (402cm), en over de gracht, een bosje tamme kastanje (Castanea sativa) (270, 276cm); en verder als solitairen tamme kastanje (396cm); bruine beuk (300cm, 353cm en een geënt ex. 427cm); wintereik (Quercus petraea) (413cm); zomereik (420cm), Amerikaanse eik (440cm met een kruin van minstens 30 m, mooi ex.); grootbladige linde (Tilia platyphyllos) met 3 stammen (1 verloren) (568cm onder de stam). Tegen de boerderij, een overgebleven hoogstam leipeer ‘Conférence’.


Bron     : DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum  : 2003

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteelpark Ter Kelen [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/300065 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Beiaardklanken en biggengeschreeuw

Aldous Huxley.

Hij durfde ooit te schrijven over ons, Truienaren: Sommigen maken laken, sommigen suiker. Enkelen hebben cultuur, de rest helemaal niet!
Als bewijs van het tegendeel hangt aan een gevel op de Grote Markt sinds 1968 zijn naam in bronzen letters: Aldous Huxley.

Een aardige Belgische.

Huxley was een telg uit een Brits geslacht van beroemde en bijzonder knappe koppen. Hij studeerde letterkunde in Eton en Oxford. Op een feestje met Kerst 1915 in Engeland viel hem de frèle Maria Nijs op, een Belgische oorlogsvluchtelinge met grote, groenblauwe ogen. Ik heb tenslotte ook een aardige Belgische ontdekt, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, meende de slungelachtige, bijziende romanschrijver. Maria’s vader was een Kortrijkse textielbaron, maar moeder Marguerite Baltus stamde uit Sint-Truiden. De rijke koopmansfamilie Baltus woonde in het huis In de Roos op de Grote Markt. Van het een kwam het ander en na de Grote Oorlog trouwde Aldous met Maria. Rond die tijd verbleef de Brit bij oom Baltus in Sint-Truiden.

De inspiratie voor zijn novelle Uncle Spencer uit 1924 deed hij toen op. Het verzonnen Longres uit de novelle is Sint-Truiden, afgebeeld als zedig provinciestadje met een aardige burgerij. Ons interesseren natuurlijk de herkenningspunten : de onontkoombare beiaarddeuntjes, het stille begijnhof, het stadhuis in zachtgele pleister, de kermisattracties met de Dikke Madam die haar gezicht kon wassen met haar tiekes… De diervriendelijke Duitse bezetter beboette iedereen die nog varkens aan oren en staart over de zaterdagmarkt sleurde. Geen enkele verordening zat de boeren meer dwars dan deze.

Een citaat in de originele taal, waarin Huxley beschrijft hoe de Truienaren weerwraak namen op de arme biggen na het vertrek van de Duitsers eind november 1918: The first Saturday after the departure of the German troops was a bad morning fort he pigs. To carry a pig by the tail was an outward and visible symbol of revovered liberty; and the squeals of the porkers mingled with the cheers of the population and the trills and clashing harmonies of the bells awakened by the carilloneur from their four years’ silence. By ten o’clock the market was over. 

Het Minderbroedersplein heette 'varkensmarkt' in de volksmond


Globetrotter Huxley werd in 1932 wereldberoemd door zijn bittere toekomstroman Brave New World en in 1954 met The Doors of Perception, een verslag van zijn experimenten met de druk mescaline. Maria stierf in 1955 en Aldous in 1963 te Los Angeles, net op de dag waarop president Kennedy werd vermoord.



Huxley-vorser
Leraar Roger Collart (+1996) was wel de hardnekkigste Huxley-vorser in onze stad. Zijn vaak gevraagde vertaling van Uncle Spencer wacht nog altijd op een uitgever! Ook Louis Sterken, Guido Wulms, Frank Decat, Danny Gennez en Jean-Pierre Rondas schreven over Aldous in Sint-Truiden. Huxley houdt de aandacht levend: in Munster (D.) is een heus studiecentrum gehuisvest. De Antwerpse sensatiejournalist en latere crimi-auteur Stan Lauryssens bracht een boek uit over Maria Nijs en haar stormachtige liefdesleven.