Classicistisch herenhuis

Oorspronkelijk een U-vormig complex, thans in twee woningen verdeeld. Classicistisch herenhuis met aan beide zijden haakse dienstgebouwtjes; de ruimte voor het huis is een gekasseide koer, die aan de straatzijde afgesloten is door een laag muurtje en een ijzeren hek met twee inrijhekken.

Dubbelhuis van tien traveeën en twee bouwlagen onder gebogen wolvedak (nok evenwijdig aan straat, kunstleien) met dakkapel, door middel van muurankers op het linker dienstgebouw gedateerd 17.. . Bakstenen gebouw met een lijstgevel op een beschilderde hardstenen plint; een gesmeed ijzeren, S-vormig muuranker verraadt een oudere kern. Risaliet over de vijfde, zesde en zevende travee. Nummer 5 onderging verschillende wijzigingen in de tweede helft van de 19de eeuw: oorspronkelijke, waarschijnlijk rechthoekige vensters omgevormd tot getoogde vensters in een geprofileerde omlijsting van hardsteen met versierde sluitsteen; gelijkaardige deur toegevoegd in de achste travee. Nummer 5A is voorzien van rechthoekige vensters in een geprofileerde omlijsting van stuc met neorocaille sluitsteen. Oorspronkelijke, getoogde deur in een rechthoekige, geblokte omlijsting van kalksteen met licht uitspringende sluitsteen en geprofileerde druiplijst; oorspronkelijk houtwerk met accoladevormige tussendorpel en fraaie waaier.

Dienstgebouwtjes van twee traveeën en één bouwlaag onder schilddaken (leien). Links, koetshuis met bepleisterde en beschilderde bakstenen lijstgevels op een beschilderde hardstenen plint; gesmeed ijzeren muurankers. De straatgevel is voorzien van een getoogd dakvenster in een rechthoekige geblokte omlijsting van kalksteen met driehoekig fronton; twee smalle, rechthoekige venstertjes in een omlijsting van beschilderde hardsteen, elk voorzien van een diefijzer. Zijgevel met dakkapel; links, een getoogde deur in een rechthoekige, geblokte kalkstenen omlijsting met gestrekte, kalkstenen tussendorpel, licht uitspringende sluitsteen en druiplijst; rechts, een rondboogpoort met sporen van een verdwenen booglijst; fraai bovenlicht. De rechtervleugel is voorzien van een nieuw bakstenen parement; dakvenster boven de voorgevel, zoals hoger beschreven; voorgevel voorts voorzien van een getoogd venster in een rechthoekige, geblokte kalkstenen omlijsting; twee gelijkaardige vensters in de zijgevel.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Classicistisch herenhuis [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22695 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.