Infirmerie

Voormalige infirmerie, thans in twee delen opgesplitst; gelegen aan de Schurhovensteenweg en volledig van het eigenlijke begijnhof afgesloten. L-vormig complex van drie huizen, oorspronkelijk gelegen op de noordwest- en noordoostzijde van het erf der begijnhofhoeve, aansluitend bij de noordoostelijke gevel der langsschuur; de hoeve is thans door een muur van de infirmerie afgesloten.

De twee huizen naast de langsschuur zijn breedhuizen van twee bouwlagen en respectievelijk vier en vijf traveeën onder zadeldak (kunstleien en mechanische pannen), van circa 1730, opgetrokken in Maasstijl. Bakstenen gebouwen voorzien van kalkstenen kruis-, bol- en kloosterkozijnen. Rechthoekige kalkstenen deur in een vlakke omlijsting met kalkstenen tussendorpel. Het huis naast de schuur is thans omgebouwd tot drukkerij.

Het derde huis, haaks op de andere gebouwd, telt twee bouwlagen en vijf traveeën onder wolvedak (mechanische pannen), op een gevelsteen gedateerd ANNO 1754. Bakstenen gebouw met kalkstenen hoekbanden. De vensteromlijstingen werden in 1947 weggenomen om te hergebruiken in de, uit hetzelfde jaar daterende aanbouw tegen de rechter zijgevel: getoogde vensters in een rechthoekige, geblokte omlijsting met licht uitspringende sluitsteen met korte druiplijst. Deur van het hoger beschreven type.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Infirmerie [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23023 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be