Hospitaal voor Vrouwen

Voormalig Hospitaal voor Vrouwen, vervolgens psychiatrische instelling; thans buiten gebruik en met afbraak bedreigd.

Rechthoekig complex van circa 1850, waarvan de gebouwen gegroepeerd zijn rondom twee rechthoekige binnenplaatsen, gescheiden door de centraal gelegen hospitaalkapel. Het gebouw wordt voorafgegaan door een voortuin met fraaie acacia; hoge, bakstenen muur met gesmeed ijzeren hek erboven; twee rondboogpoorten in een puntgevelvormige, bakstenen omlijsting.

Bakstenen gebouw in neoclassicistische stijl, waarvan de voorgevel zeventien traveeën en twee bouwlagen met mezzanino telt; schilddaken (leien en mechanische pannen); achtzijdige klokkenruiter met ingesnoerde naaldspits (leien) boven de middentravee. Licht verhoogde begane grond; arduinen plint. Risalieten in de beide uiterste traveeën, en in de drie middentraveeën; laatstgenoemd risaliet bekroond door een driehoekig fronton met oculus; kordon vormende, arduinen lekdrempels en zware arduinen puilijst; houten kroonlijst op klossen. Licht getoogde vensters; in de deurtravee, rechthoekig bovenvenster met arduinen pilasters als posten, en een bekronend arduinen entablement; in de beide uiterste traveeën, rechthoekige geprofileerde vensters van arduin, de bovenvensters met een druiplijst op consoles. Rechthoekige deur in een geprofileerde arduinen omlijsting met zware druiplijst.

Hospitaalkapel. De plattegrond beschrijft een éénbeukig schip van vier traveeën en een koor van één travee met rechte sluiting.

Volledig bepleisterd interieur. De traveeën zijn gemarkeerd door de uitspringende kroonlijst, gedragen door een Korinthische zuil op vierkante sokkel. De overwelving bestaat uit hangkoepels, één boven elke travee; de koepels der eerste drie traveeën zijn afgeplat boven de gordelbogen; de gordelbogen rusten op de hogervermelde kroonlijst.

Hospitaalhoeve, ten zuidwesten aansluitend bij het hospitaalcomplex, en bereikbaar via een der hoger vermelde poorten. Gesloten hoeve uit de tweede helft van de 19de eeuw, waarvan de bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), gegroepeerd zijn rondom een rechthoekig erf. De zuidoostelijke vleugel is opgenomen in de straatwand. Zes traveeën en twee en een halve bouwlaag; licht uitspringende baksteenpilasters op de penanten; baksteenlijst met dropmotief onder de houten kroonlijst. Rechthoekige, blinde benedenvensters en getoogde bovenvensters; hardstenen lekdrempels. De achtergevel en de overige vleugels zijn gelijkaardig van opvatting; rondboogvensters en -deuren, en korfboogpoorten op de benedenverdieping.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hospitaal voor Vrouwen [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22667 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be