Diephuis van drie traveeën en vier bouwlagen onder schilddak (kunstleien), met huidig neoclassicistisch uitzicht uit eind 19de eeuw, doch kern uit de tweede helft van de 18de eeuw (zichtbaar in de achtergevel). Bakstenen gebouw met bepleisterde en beschilderde lijstgevel; ingekraste motieven op de borstwering der derde bouwlaag. Rechthoekige vensters in een geprofileerde omlijsting, voorzien van een siersluitsteen met rankwerk; rechthoekig balkon met recente balustrade over de tweede bouwlaag. Gewijzigde begane grond. De achtergevel behield zijn classicistische, eind 18de-eeuwse ordonnantie: rechthoekige vensters in een vlakke omlijsting van beschilderde hardsteen, met smalle druiplijst.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuis [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22757 Geraadpleegd op 12-11-2019
Ref.
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Loote wee de klokke van den toure luin,
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Loepe wee ni recht, ma loepe feelinks schuin.
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Dreinke wee e pintje en gon haand in haand,
Vör te daasten albedieën rond de Latsjaan.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.
Iederien du mie, och de Gemeinterood,
Effekes de tuigels los kan ginne kood,
Iel het joor ston zijlinks al in vlam en vuur,
Vuir et goed van ’t Stadsbestuur.
Carnaval da zit doe in, da vuul dzje zelf,
Telt ze mèr, die groep is och bè drei maal elf.
En de boug kan alted ni gespanne ston,
Doever loote ze un dan ins per joor ins gon.
Ref.
En vuir goed te fieëste, is doo ‘t Fiestcomiteit,
Dei kreige subsidies och op stond en tijd,
Ma ze moete luistere noo et Stadsbestuur,
Gelèk de Rood van de Commeduur,
Vesteloovet is doe toch vuir iel de stad,
Ozze carnavalsgroepe dee weite da,
En as Scheipe va Plezier roep ich och ‘Vuur!’
Carnaval da is en echte volkscultuur.
Ref.
Ref.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.