Kasteel Menten de Horne

Neoclassicistisch kasteeltje uit de tweede helft van de 19de eeuw, gelegen in een park met enkele fraaie bomen; een vroegere dreef verbond het gebouw met de Diestersteenweg, de huidige oprit ligt aan de andere zijde en loopt in de richting van Melveren-centrum.

Rechthoekig gebouw van zeven traveeën, souterrain en twee bouwlagen onder schilddak (leien). Baksteenbouw; onderbouw voorzien van een natuurstenen parement. De drie middentraveeën der zuidwestgevel vormen een kwartrond risaliet, bekroond met een attiek en een koepeldak. Getraliede, rondboogvormige keldervensters; rechthoekige vensters in een hardstenen omlijsting met kordonvormende lekdrempels; de beluikte benedenvensters hebben een met hardsteen omlijnd paneel boven de latei; de bovenvensters zijn voorzien van een druiplijst op consoles; steektrap. De achtergevel heeft een risaliet in de eerste en tweede travee en in de zesde en zevende travee. Rechthoekige keldervensters, vensters en deur als op de voorgevel; een met balustrades afgezet bordes voor de drie middentraveeën, bereikbaar via een brede trap. Aangebouwde (?) travee onder plat dak tegen de noordwestelijke zijgevel, bekroond met een attiek.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteel Menten de Horne [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23008 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.