Pastorie van het begijnhof

Voormalige pastorie van het begijnhof. Alleenstaand huis, gelegen in een ommuurde tuin met enkele fraaie bomen, vroeger gedateerd 1709 op een haardplaat in één der bovenvertrekken.

Poortgebouw onder schilddakje (leien); rondboogvormige inrijpoort in een rechthoekige, kalkstenen omlijsting, met panelen op de posten, de zwikken en de sluitsteen; neuten, geprofileerde imposten en zware geprofileerde druiplijst; een gekasseid wegje leidt van de poort naar de voordeur toe.

Herenhuis van het dubbelhuistype, vijf traveeën en twee bouwlagen onder wolvedak (kunstleien), met twee dakkapellen. Witgekalkt, bakstenen gebouw op een gepikte plint; tandlijst met dropmotief onder de kroonlijst. De voorgevel werd in de tweede helft van de 19de eeuw grondig aangepast en voorzien van rechthoekige vensters onder houten lateien. Oorspronkelijk rechthoekige deur in een geprofileerde, kalkstenen omlijsting op neuten, doch aangepast bovenlicht onder houten latei. De achtergevel behield zijn oorspronkelijke ordonnantie in Maasstijl: kalkstenen kruiskozijnen en één kloosterkozijn met geprofileerd benedenlicht; dubbele ontlastingsboogjes van een rollaag en een platte laag; deur zoals in de voorgevel, doch met kalkstenen bovenlicht.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Pastorie van het begijnhof [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23047 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.