Kasteelpark Spinveld

Park in landschappelijke stijl met riant larakter uit het derde kwart van de 19de eeuw, bij een neoclassicistisch kasteel en boerderij uit midden 19de eeuw, aansluitend op het park van Nonnemielen, waarvan het een afsplitsing is.

Spinneveld ligt ten westen van de Melsterbeek, ten zuiden van de 301556, tussen het domein Nonnemielen en de oude weg naar Rummen, in een landschap van bouw- en weilanden, boomgaarden en plantages van laagstamfruit.

Op de Primitieve kadasterkaart (1825) is perceel nummer 62 tussen de beek, de weg naar Rummen en de Raapkoekstraat nog onbebouwd. In 1857 verschijnt het kasteel en in 1875 komen er twee dienstgebouwen ten westen bij, die in 1887 geïntegreerd worden in een omsloten tuin met serre tegen de noordermuur.

Vandaag gebeurt de toegang tot het goed vanuit de dreef (Metsteren) die ook naar het kasteeldomein Nonnemielen leidt, naast een U-vormige boerderij uit 1865. Een korte kasseiweg leidt over de brug van de Melsterbeek, ter hoogte van de boerderij en buigt verder af als oprit in grind. De toegang wordt aangegeven door een monumentaal hek met drie poorten, uit einde 19de eeuw, in de omheiningsmuur van het boerenerf. De vier hoge vierkante hekpijlers zijn van baksteen met speklagen van gesinterde steen op een sokkel van blauwe hardsteen, hebben geprofileerde dekstenen en bekronende vuurpotten in terracotta, fraai versierd met door ramskoppen gevatte festoenen. Het zwart geschilderd hek is van smeedijzer met vierkante stijlen, hogere makelaar, vierkante onderregel, dubbele midden- en bovenregel, die door ringen verbonden zijn, ronde onderspijltjes en spijlen met lanspunten met klimmend beloop naar de makelaar. De bovenregel heeft liggende voluten en de middenregel krulwerk. De zijhekken zijn identiek. Tijdens de tweede wereldoorlog werden de twee middelste pijlers naar achter verschoven om de toegang voor militaire voertuigen te verbreden, met als blijvend gevolg onbruikbare hekken (vernomen uit mondelinge bron).

De oprit leidt rond het huis en wordt verder rondweg in het park. Dat strekt zich uit ten noorden en ten zuiden van het kasteel en heeft een ovale waterpartij met eilandje ten noorden en een grasveld ten zuiden. De bomengordel wordt opgengesneden door drie zichtassen op het landschap, die als een ganzevoet vertrekken van het huis.

De ommuurde moestuin ten westen van het kasteel figureert nog niet op de Dépot-kaarten (opname 1871 en 1886, uitgave 1877 en 1897), maar verschijnt wel op de stafkaart van 1937 (opname 1934). Er ligt in 1871 en 1886 nog een lang en smal moestuinperceel met een kleine constructie ten oosten van het kasteel, parallel met en ten westen van de beek. In de nieuwe moestuinmuur aan de Rummenstraat, over de gracht, herkent men de met betonstenen dichtgemetselde voormalige toegang tussen iets hogere vierkante pijlers met deksteen.

Tussen het erf van de U-vormige boerderij en de oprit naar het kasteel, staat er een fraai paviljoen met leien schilddak, de 'bascule' genaamd, allicht verband houdend met de fruitkweek en -handel.

Aan de Rummenweg nummer 101, liggen twee gekoppelde dienstwoningen met flankerende bijgebouwen onder lessenaarsdak, in een verzorgde eclectische architectuur. In het verlengde van de voorgevel groeien hagen van eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) en haagliguster (Ligustrum ovalifolium).

Ten oosten van het kasteel en over de beek ligt een oude boomgaard van het nonnenklooster (perceel 59 en 57 van het Primitief kadaster) met een voor de streek typische 'barrier' in het verlengde van het inrijhek. De 'harrier' staat loodrecht op de beek, in een hoge bakstenen muur met afdekking in ezelsrug; vierkante hekpijlers met deksteen en witte negblok ter verankering van het gesmeed ijzeren inrijhek, uit de 19de eeuw. Vierkante stijlen en makelaar, platte onder-, tussen- en bovenregel en ronde onderspijltjes en spijlen.

Bomen

Europese lork (Larix decidua), gewone beuk (Fagus sylvatica), gewone plataan (Platanus x hispanica), gewone taxus (Taxus baccata), zomereik (Quercus robur), gele treurwilg (Salix x sepulchralis 'Tristis'), witte paardekastanje (Aesculus hippocastanum).


Bron     : DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum  : 2003

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteelpark Spinveld [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/301556 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Melsterbeek vloeit richting Schelde

In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde. 

De (herlegde) Melsterbeek bij Ordingen


De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

Modern bekenbeheer bij Ordingen door Land&Water

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout. 

Wachtbekken 'De Wiel' in Aalst-bij-Sint-Truiden


Tussen Sint-Truiden en Zepperen werd in 1879 een stevige bakstenen brug geslagen. Enkel de sluitsteen bleef bewaard 'COART B(ourgemestre) ZEPPEREN 1876'


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.


Lees: Pierre DIRIKEN, ‘Water in Haspengouw’, (Geogidsen), Sint-Truiden: De Blauwe Vogel, 1985; ID., ‘Het Haspengouws landschap in evolutie’, (Haspengouwse monografieën, 2), Kortessem: Georeto, 2013. \nKijk: http://www.land-en-water.be. Wateringen van Sint-Truiden.\n

De intussen verdwenen watermolen bij het kasteel van Ordingen. De wapensteen met commandeurswapen uit 1740 in de gevel werd ingemetseld in het kasteel