Clerinx, Jean Arnold, orgelbouwer

Sint-Truiden 03.08.1816   1898  ongehuwd 

Familie uit Halmaal, sinds 1737 in Sint-Truiden. Zoon van jeneverstoker en tingieter Pierre Jean en Barbara Beyns, Grote Markt. Broer van Pieter Lambrecht, pastoor Neer- en Overhespen en van Jozef Lambrecht, veearts Turnhout. Opleiding bij Pieter-Frans Van Dinter in Tegelen (Nl.). Sinds 1838 terug in Sint-Truiden. Meer dan honderd orgels, verbouwingen, herstellingen en verplaatsingen. In Sint-Truiden Velm , Groot-Gelmen, Gorsem , Zepperen , Schurhoven, hoofdkerk, Sint-Gangulfus , OCMW-kapel, Kortenbos, Minderbroeders, Wilderen , Zusters van Liefde (nu koor hoofdkerk), Bevingen, Kerkom, Melveren, Ziekeren en Ursulinen. Octrooi 1847 voor systeem met doorlopende windlade . Typisch soliede bouw pijpwerk en omkasting in late rococo. Leraar van Frederik Ruëf en Jan Leyser. Groep romantisch classicistische orgelbouwers . Later uurwerkreparaties.

Lit.: E. HUMBLET, Een St. Truidens orgelmaker: Arnold Clerinx (1816-1898), in De Praestant, 12, 1963, p. 95-99; G. POTVLIEGHE, in Winkler Prins Encyclopedie van Vlaanderen, 2, Brussel, 1973, p. 149-150; Martin KELLENS, in Limburg, 70, 1991, p. 161-162; Michel LEMMENS, Arnold Clerinx (1816-1898), een ambachtelijk orgelmaker met grote persoonlijkheid, in ST19DE, p. 192-207; ID., in METAAL, p. 33.
ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be