Torenhuis Begijnhof

Het Torenhuis

Torenhuis Begijnhof

Zogenaamd "Torenhuis", mogelijk vroeger de woning der grootmeesteres. Diephuis van twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (Vlaamse pannen), aan de linkerzijde geflankeerd door een octogonaal traptorentje met ingesnoerde spits (leien) en een lange ingangsvleugel van één bouwlaag onder zadeldak (nok evenwijdig aan straat, Vlaamse pannen); door middel van muurankers gedateerd 1619. Beschilderd, bakstenen gebouw op een gepikte plint. Gesmeed ijzeren muurankers. Gevelsteen met wapenschild van de familie van Alsteren, initialen A T en jaartal ..19. De puntgevels van het woonhuis zijn afgewerkt met aandaken en vlechtingen. Rechthoekige bakstenen vensters met recent kalkstenen (?) kruis; dubbele ontlastingsboogjes van een rollaag en een platte laag; twee houten zolderluiken in de geveltop. Het traptorentje is voorzien van kleine, houten kozijnen. In de ingangsvleugel, verankerde rondboogdeur in een beschilderde, natuurstenen omlijsting met negblokken en kwarthol profiel. Rechthoekige, houten vensters in de achtergevels; ontlastingssysteem als in de voorgevel.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Begijnenhuis Torenhuis [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23026 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.