Watermolen Stayenmolen

Zogenaamd "Stayen-molen". Nog werkzame waterradmolen op de Molenbeek. Witgeschilderde, bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse en mechanische pannen), gegroepeerd rondom het erf, dat vanaf de straat bereikbaar is via een gekasseide oprit. De Molenbeek stroomt onder het erf door, en loopt achter de gebouwen onoverdekt verder. Huidig uitzicht der gebouwen uit de 19de eeuw. Het molenhuis is een hoog gebouw van drie bouwlagen en twee traveeën, voorzien van rechthoekige vensters met hardstenen dorpels; de vensters der linkertravee zijn laadvensters.

Buitenwerk overbouwd door houten constructie (circa 1912). Molenbeek in natuurstenen bedding gekanaliseerd naar metalen goot; vanuit interieur bedienbaar metalen sluissysteem. Peilnagel gedateerd "1847". Natuurstenen kom en stoel.

Gaande buitenwerk: geklonken ijzeren bovenslagrad, met zeskantige schroefbouten op staafijzeren armen bevestigd; armen met schroefbouten bevestigd op gietijzeren askop; stalen molenas.

Binnenwerk: houten staande werk, doch ondersteund door gietijzeren kolommen. Gietijzeren drijfwerk, verticaal opgesteld, met verdeling door horizontaal groot-kamwiel. Op maalzolder (eerste verdieping): drie maalstoelen (waarvan twee in houten en een in zinken steenkist), houten galg en bloemkuiser. De grote verticale as loopt door tot op de zolderverdieping, waar aftakking drijfkracht geschiedt via riemschijven van horizontale as (naar wanmolen, ophaalmechanisme). Eveneens bewaard: haverpletter, aangedreven door driefasen-elektromotor ACEC, 6,5 pk bij 945 t/m (eerste kwart 20ste eeuw?).


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Watermolen Stayenmolen [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23056 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Brouwers, Jacques (Jean Xavier), auteur

Sittard 28.10.1912 Maastricht 25.02.2000 

Broer van de priesters Jan en Emile. Klein Seminarie, ondervoorzitter Utile Dulci 1932. Kortverhalen onder pseud. ‘Henk van Dijk’. Priester 1937. Kapelaan Membach 1937, administrator Kelmis (La Calamine) 1943 en kapelaan Welkenraedt 1944. Pastoor Bois 1949, Gelinden 1953 en Smeermaas 1966-1977. Overleden aan brandwonden bejaardenhuis Jekerdal Maastricht. Streekgeschiedenis in Limburgse tijdschriften en dagblad. 

Biografische notities in NBIOW. Lid Société d’art et d’histoire du diocèse de Liège en Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis. Voorzitter Geschied- en Oudheidkundige Kring GOSSU Lanaken 1972-1977. Prijs Gemeentekrediet van België.

Als pastoor van Gelinden bezorgde hij dit dorp een hele reeks historische bijdragen en trok de aandacht op de lokale mergelontsluiting met zijn unieke fossielen.

Lees: JORISSEN; Huldenummer E.H. J. Brouwers, in GOSSU Tijdingen, 24, 1987, p. 95-146; De verdienstelijke historicus E.H. Jacques Brouwers, in Weit was…, Sint-Truiden: Heemkring Sint-Truiden Zuid-Oost, 2, 2009, nr. 2, p. 28-29.
Publicaties, onder meer: De vrouw met de zwarte sluier, een heksenproces te Gelinden in 1667-1669, in Limburg 16, 1957, p. 263-266, 273-284 en 301-308; Feestgids bij gelegenheid van de Eerste plechtige H. Mis van de eerwaarde pater Raoul Vanswegenoven Scheutist…, Gelinden, 1963; De mergel van Gelinden, in Limburg, 44, 1965, p. 70-79; Mirakuleuze genezing van twee Gelindenaren te Kortenbos, in HBVL, 20.05.1983; Gelinden, Engelmanshoven, Klein- en Groot-Gelmen in de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748), in Limburg, 64, 1985, p. 166-174; Wederopbouw van de toren te Engelmanshoven, in Limburg, 66, 1987, p. 33-34; De heren van Brustem, in OLL, 43, 1988, p. 55-92; De Zoon van de Schrijnwerker, in Positief. Thomas More-genootschap, nr. 193, juni 1989, p. 181-186.