Coart, Frans, burgemeester Zepperen

 Borgloon 03.05.1804   Zepperen 14.01.1882  Marie Petitjean 

OnRentenier-landbouwer Ouwer winning Kerkstraat 1828. Kerkmeester 1854. Gemeenteraadslid  1858 en burgemeester  Zepperen  1862-1882. Liet belangrijke werken uitvoeren o.m. wegenaanleg, bouw gemeenteschool 1866, brug over Melsterbeek 1876, dichten poelen Kerkplein en d'Oye 1879. Richtte gemeentelijke school voor volwassenen op. Kwam tijdens schoolstrijd in conflict met pastoor Derie.


1876: sluitsteen van brug over deMelsterbeek, bewaard in de voortuin. Dezeherinnert aan herenhuisbewoner Coart, dieals burgemeester op de grens Sint-TruidenZepperen samen met zijn collega Ulens uitSint-Truiden een bakstenen brug liet bouwenover de Melsterbeek, afgebroken in 1972.


Lees: Zepperen 1850-1950, p. 12-15.



ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be