Gelegen op de hoek van de Beekstraat, drie + één + zeven traveeën en drie bouwlagen; 19de-eeuwse samenvoeging van twee delen met kern uit de tweede helft van de 18de eeuw (afgeschuinde hoektravee): hoekhuis van drie + een + twee traveeën onder schilddak, en breedhuis van vijf traveeën onder zadeldak. Bepleisterd en beschilderd bakstenen gebouw voorzien van gesmeed ijzeren muurankers; beschilderde, hardstenen plint. Getoogde vensters met beschilderde lekdrempels; vier benedenvensters zijn voorzien van houten winkelpuien (eind 19de-, begin 20ste eeuw): de begane grond van nummer 20A is aangepast. De hoektravee, bekroond met een driehoekig fronton is het enig overblijfsel van de 18de-eeuwse toestand; twee getoogde vensters in een rechthoekige omlijsting van beschilderde hardsteen met trapezoïdale sluitsteen en onderling verbonden door middel van de doorlopende posten. Rechthoekige deur in een beschilderde hardstenen omlijsting met neuten en een geprofileerde druiplijst.
Tegen de voorgevel, fraaie houten Onze-Lieve-Vrouwekapel, met naïeve rocaillemotieven en bekroond met twee putti (18de eeuw).
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoekhuis [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22709 Geraadpleegd op 12-11-2019
Het efficiënte romeinse weggennet, zoals de ‘kassei’ Tongeren-Tienen, verviel in de vroege middeleeuwen. Waar geen bevaarbare waterlopen waren, was men opnieuw aangewezen op lokale onverharde verbindingen met diverse alternatieven naargelang de seizoensmodder. Terwijl het Luikerland in de 18de eeuw steenwegen aanlegde voor economische ontsluiting zoals de weg Luik-Sint-Truiden(-Brussel) in 1715-1740, was de Franse bezetter rond 1800 vooral militair gemotiveerd voor snelle, rechtlijnige verbindingen. De ‘Route Napoleon’ of het deel Maastricht-Tongeren van de verbinding Keulen-Duinkerken werd in 1804-1813 afgewerkt.



Het was wachten op de Hollanders en hun Waterstaat-ingenieur De Sermoise om op 9 december 1817 de eerste steen te laten leggen aan de Sint-Truiderpoort in Tongeren door de provinciegouverneur. Het tracé dwars door de velden en weiden trok al snel handel en bewoning van de opzij liggende dorpskernen aan, getuige de jaartallen op vele gevels en de verbindingen zoals de dreef te Ordingen. De oude ‘Truierbaan’ in Rijkel verviel tot veldweg. Een tolbarreel aan het kruispunt met de Houtstraat Brustem deed dienst tot in 1867 deze gebruikersbijdrage werd opgeheven.
De weg naar Tongeren startte aan de oude Brustempoort. De beginkilometers waren gekend voor het omtuinde Casino (1862), het huis Moreau (1872), de arbeidershuisjes en het koetsenatelier Vanslype op de Pinberg en later voor de Veiling Haspengouw (1939-2017) en toegangen tot de Industriezone Schurhoven.
Na deze steenweg voltooide men vanuit de stad Sint-Truiden de kasseiwegen naar Hasselt (1838), Diest (1844) en Namen (1855).
In augustus 1914 kon de Duitse ruiterij haar opmars van Tongeren naar Sint-Truiden (en Orsmaal) ongestoord uitvoeren. Ze staken huizen in brand op de Pinberg, maar ter compensatie kwamen er nog voor het oorlogseinde enkele ‘Pruisenhuisjes’ of modelwoningen langs de Tongersesteenweg.