Stadswoning gedateerd 1664

Dit hoekhuis werd gebouwd in 1664 en behield met uitzondering van de recentere pui zijn gave gevelordonnantie.

Historiek

Het bouwjaar 1664 kan worden afgeleid van de datering op de sluitsteen van het bovenvenster. Het tweede jaartal op de sluitsteen, 1947, duidt op de restauratie.

Beschrijving

Het betreft een diephuis, gelegen op de hoek van de Luikerstraat en de Schepen Dejonghstraat. Het pand telt drie en twee traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak van Vlaamse pannen.

Het bakstenen gebouw is voorzien van een aangepaste puntgevel met aandak en vlechtingen. In de gevel bevinden zich verschillende gesmede, ijzeren muurankers. Naast baksteen werd er kalksteen gebruikt voor de hoekband op de eerste bouwlaag en de speklagen. De hoekband is vanaf de tweede bouwlaag uitgewerkt in mergelsteen.

De voormalige kalkstenen kruiskozijnen met negblokken en sponning waren voorheen beluikt voor wat het onderlicht betreft. Boven de vensters bevinden zich gekoppelde ontlastingsboogjes van een rollaag en een platte laag, en een gelijkaardige, overspannende boog. Het topvenster betreft een rondboogvormig venster in een rechthoekige, verankerde kalkstenen omlijsting met negblokken, een sluitsteen met daarop de jaartallen en een geprofileerd beloop.

De begane grond werd gewijzigd, maar het ontlastingssysteem van de muuropeningen bleef boven de recente puibalk bewaard.

De zijgevel is voorzien van mergelstenen banden en een gedicht, drieledig kruiskozijn van kalksteen op de benedenverdieping, met negblokken en ontlastingsboogjes van een rollaag en een platte laag. Op de tweede bouwlaag bevindt zich een gedeeltelijk gedicht mergelstenen kruiskozijn met negblokken en een kwarthol profiel en een ontlastingsboog van een rollaag en een platte laag. Van de laatste travee bleef alleen de begane grond bewaard; een recente aanpassing verhoogde de bovenverdiepingen met twee bouwlagen.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stadswoning gedateerd 1664 [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22854 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Academiezaal

Eén van de mooiste zalen van het land

Rockband Editors in de Academiezaal. Bron: https://i.pinimg.com/originals/ea/98/e6/ea98e6fd6811ad77a69f3d6c33d15056.jpg

Academiezaal

360°-weergave


Geschiedenis

Eén van de mooiste zalen in het land. De academiezaal van het Klein-Seminarie onderlijnt de betekenis van deze instelling als het intellectueel centrum van Limburg vanaf 1843 tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarbij was vooral na de lessen aandacht voor Nederlandse letterkunde.

De Gentse stadsarchitect Louis Roelandt was door de test

 aangezocht om hun hospitaal voor geesteszieke vrouwen te bouwen. Hij ontwierp ook samen met zijn leerling Isidore Gerard de neogotische toren  van de hoofdkerk.

                                  Louis Roelandt

Door de scheiding van de beide Limburgen in 1839 moest het Klein-Seminarie van het bisdom Luik verhuizen van Rolduc, nu Nederlands gebied, naar de vroegere abdijsite in Sint-Truiden. Bisschop Van Bommel besefte het belang van dit opleidingscentrum. Bij het enorme complex in de binnenstad was ook een a salle de rhétorique voorzien voor de seminaristen. Het werd tussen 1845 en 1852 een achthoekige centraalbouw met korinthische gegleufde zuilen onder een bijzonder rijkelijk uitgewerkte stucwerkzoldering

detail stuckwerk amfitheater


. De amfitheatervorm zorgt voor een intimistische verbondenheid van publiek met acteurs op de parterre en een goede akoestiek.

In 1845 was in de zaal het taalgenootschap Utile Dulci actief dat het Nederlands beoefende. Ook een Franstalige tegenhanger, de Société de littérature française, kortweg de Academie, was er bedrijvig. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd zorgde af en toe voor wrijvingen, maar uiteindelijk liep toch iedereen in de pas.

Bij de start van de restauratie in 1986 door Herman Vanmeer in opdracht van erfpachthouder stad Sint-Truiden werd vooral de stabiliteit van de zaal hersteld en teruggegrepen naar de oorspronkelijke uitvoering van de "gradins" en de toneelscène. Voor het zitcomfort werd één rij verwijderd, wat het aantal zitplaatsen op 290 vastlegt, eventueel uitbreidbaar. De moderne lichtarmaturen zijn een ontwerp van Herman Blondeel. Een moderne foyer met technische ruimten werd aan de kant van het kerkveld toegevoegd. 

Momenteel gebeuren in de akoestisch geschikte Academiezaal regelmatig muziekopnames en is een klassiek programma van internationaal niveau kamermuziek, kamerorkest en muziektheater uitgewerkt in het kader van de werking van cultuurcentrum de Bogaard.

Lit.: L. DE CLERCQ, H. VAN MEER mmv J. GYSELINCK, De Academiezaal te Sint-Truiden: een onbekend oeuvre van de Gentse architect Louis Roelandt (1786-1864), in M&L. Monumenten; Landschappen en Archeologie, jg. 15, nr. 5: september 1996; Els DECONINCK, Religieuze bouwheren engageren grote namen, in Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914, Tentoonstellingen Sint-Trudofeesten 1998, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300, p. 50-78; Clem VERHEYDEN, De academiezaal, een bloeiend podium voor klassiek en modern, in Sint-Truiden, al eeuwen gaststad voor muziek, woord en beeld, Open Monumentendag Vlaanderen, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2012, p.41-45 en 93 (bibliografie)