Voortuin met hek en kastanjeboom, bij een eind 19de-eeuws herenhuis.
Voortuin als erf in kiezel, bij een herenhuis op de hoek van de Leopold II-straat, met een monumentale tamme kastanje (Castanea sativa), die er het straatbeeld bepaalt. Smeedijzeren straathek van zes traveeën en een inrijpoort, op een bakstenen plint met deksteen van blauwe hardsteen, van dezelfde makelij als het hek van Stationstraat nr. 30. Initialen LC in een medaillon in de poortvleugel. Dubbele, bovenaan halfrond verbonden vierkante staven als hekstijlen en ronde staven als verankering in de bodem. Vierkante boven-, tussen- en onderregel, met zware gebogen staven verankerd in de plint. Ronde, gepunte spijlen, met krulwerk ter hoogte van de bovenregel, en eenvoudige onderpijltjes. Poortstijlen boogvormig verbonden met de makelaar en voorzien van krulwerk en medaillon. Aan de Leopold II-straat, tuinmuur van vijf traveeën met een voetgangersdeurtje. Verzorgd baksteenmetselwerk op gecementeerde plint, met als pijlers bedoelde lisenen met uitspringende sokkel, ring en kapiteel, bakstenen spiegels als muurvak en een uitspringende lijst en ezelsrug als bekroning.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stadstuin [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/303448 Geraadpleegd op 12-11-2019
Het efficiënte romeinse weggennet, zoals de ‘kassei’ Tongeren-Tienen, verviel in de vroege middeleeuwen. Waar geen bevaarbare waterlopen waren, was men opnieuw aangewezen op lokale onverharde verbindingen met diverse alternatieven naargelang de seizoensmodder. Terwijl het Luikerland in de 18de eeuw steenwegen aanlegde voor economische ontsluiting zoals de weg Luik-Sint-Truiden(-Brussel) in 1715-1740, was de Franse bezetter rond 1800 vooral militair gemotiveerd voor snelle, rechtlijnige verbindingen. De ‘Route Napoleon’ of het deel Maastricht-Tongeren van de verbinding Keulen-Duinkerken werd in 1804-1813 afgewerkt.



Het was wachten op de Hollanders en hun Waterstaat-ingenieur De Sermoise om op 9 december 1817 de eerste steen te laten leggen aan de Sint-Truiderpoort in Tongeren door de provinciegouverneur. Het tracé dwars door de velden en weiden trok al snel handel en bewoning van de opzij liggende dorpskernen aan, getuige de jaartallen op vele gevels en de verbindingen zoals de dreef te Ordingen. De oude ‘Truierbaan’ in Rijkel verviel tot veldweg. Een tolbarreel aan het kruispunt met de Houtstraat Brustem deed dienst tot in 1867 deze gebruikersbijdrage werd opgeheven.
De weg naar Tongeren startte aan de oude Brustempoort. De beginkilometers waren gekend voor het omtuinde Casino (1862), het huis Moreau (1872), de arbeidershuisjes en het koetsenatelier Vanslype op de Pinberg en later voor de Veiling Haspengouw (1939-2017) en toegangen tot de Industriezone Schurhoven.
Na deze steenweg voltooide men vanuit de stad Sint-Truiden de kasseiwegen naar Hasselt (1838), Diest (1844) en Namen (1855).
In augustus 1914 kon de Duitse ruiterij haar opmars van Tongeren naar Sint-Truiden (en Orsmaal) ongestoord uitvoeren. Ze staken huizen in brand op de Pinberg, maar ter compensatie kwamen er nog voor het oorlogseinde enkele ‘Pruisenhuisjes’ of modelwoningen langs de Tongersesteenweg.