Fraai burgerhuis in eclectische stijl, met neobarokke elementen; breedhuis van het enkelhuistype, drie traveeën en drie bouwlagen onder mansardedak (leien) met twee oeils-de-boeuf en een arduinen dakvenster, uit eind 19de eeuw. Bakstenen gebouw met een gevelparement van arduin en Franse steen. De eerste bouwlaag is volledig van arduin, met een sokkel voorzien van twee keldergaten. Penanten opgevat als geblokte pilasters; cartouches, diamantkopmotieven en andere ornamenten op panelen onder de kroonlijst, op kapitelen en sokkels. De eerste bouwlaag wordt gemarkeerd door de merkwaardige venstervorm, de tweede door een gevelbreed, rechthoekig balkon met een ijzeren hek tussen hardstenen balusters, de derde door de hardstenen balustrades der vensters en de panelen onder de kroonlijst. Getoogde benedenvensters met een tweeledig bovenlicht, ingeschreven in een rechthoekige arduinen omlijsting met bladwerk in de zwikken; gelijkaardige deur met een mascaron boven het deelzuiltje van het bovenlicht, en kransen op de zwikken; getoogde arduinen vensters in verdiepte muurvlakken op de tweede bouwlaag; getoogde bovenvensters in een rechthoekige omlijsting met riemprofiel en oren.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuis Voetboghenhuys [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22742 Geraadpleegd op 12-11-2019
In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde.

De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout.


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.
