Hoekhuis van drie en drie traveeën en twee en een halve bouwlaag onder zadeldak (kunstleien), met kern van 1715 (gevelsteen in de zijgevel), doch aangepast en verhoogd in de tweede helft van de 19de eeuw; sporen van muurvlechtingen, links, bovenaan in de zijgevel, geven de aanzet van de vroegere zijpuntgevel aan. Bakstenen gebouw met beschilderde hardstenen plint en kalkstenen hoekbanden; gesmeed ijzeren muurankers. Licht getoogde vensters; in de zijgevel bleven twee rechthoekige, kalkstenen vensters bewaard, thans gedicht, en twee ovale oculi, waarvan de linker gedicht. Getoogde deur in de voorgevel; resterende rechthoekige, beschilderde hardstenen deuromlijsting thans omgevormd tot venster.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoekhuis van 1715 [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22873 Geraadpleegd op 12-11-2019
In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.
In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop.
