Zogenaamd huis "De Arend". Fraai 19de-eeuws herenhuis in neoclassicistische stijl. Hoekhuis van het dubbelhuistype, vier traveeën en drie bouwlagen onder schilddak (kunstleien). Gecementeerd en beschilderd bakstenen gebouw op een beschilderde hardstenen plint. De eerste bouwlaag is voorzien van schijnvoegen en opgevat als een rondboogarcade, met geprofileerde booglijst, siersluitsteen en imposten; verdiepte vensters met rozetmotieven op de booglijst; de hoge rondboogdeur is in de arcade opgenomen. Hoge rechthoekige vensters in een geprofileerde omlijsting op de tweede bouwlaag; smal balkon op zware consoles en fraai gesmeed ijzeren hek over de hele bouwlaag. Bovenvensters in een geprofileerde omlijsting met siersluitsteen; gesmeed ijzeren leuningen; doorlopende lekdrempels. Hoog entablement met tandlijst en houten kroonlijst op uitgewerkte klossen. De zijgevel bestaat uit twee delen: twee rechter traveeën met opstand zie voorgevel, en de vier linker traveeën, die zeer sober gehouden zijn vermits dit gedeelte, voor de aanleg van het Minderbroedersplein niet zichtbaar was vanaf de straat; hier bevond zich een gedeelte van de tuin van het huis, en de inrijpoort.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Herenhuis De Arend [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22744 Geraadpleegd op 12-11-2019

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen."
Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan.
Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen."
Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.
Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be