Huis De Gulden Lelie

Oorspronkelijk twee 17de-eeuwse diephuizen, die in de tweede helft van de 18de eeuw samengevoegd werden en voorzien van een gemeenschappelijke, classicistische voorgevel. In zijn huidige vorm, breedhuis van vier traveeën en drie bouwlagen onder schilddak (leien). Bakstenen lijstgevel, afgelijnd met geblokte hoekbanden van kalksteen en bekroond met een driehoekig fronton; jachtattributen en rankwerk in reliëf (tufsteen) op het timpaan. Geprofileerde kalkstenen kordonlijsten verbinden de druiplijsten der vensters; geprofileerde, kalkstenen puilijst. Getoogde vensters, ingeschreven in een rechthoekige kalkstenen omlijsting met riemprofiel; smalle lekdrempel en brede, geprofileerde druiplijst; de sluitsteen is versierd met een bloem in reliëf; doorgetrokken stijlen, met kalkstenen panelen in de aldus afgelijnde borstweringen; recente gesmeed ijzeren leuningen; de twee middenvensters der tweede bouwlaag zijn voorzien van een rechthoekig balkon met gesmeed ijzeren hek. Gewijzigde begane grond.

In de achtergevel bleven de twee oorspronkelijke huizen bewaard: links, diephuis van twee traveeën onder zadeldak (mechanische pannen), uit de eerste helft van de 17de eeuw; Maasstijl; verankerde bakstenen puntgevel, afgewerkt met muurvlechtingen en topstuk (aangepaste helling?); een recent aanbouwsel van twee bouwlagen verbergt het grootste gedeelte der gevel; zichtbaar zijn twee kruis- of bolkozijnen van kalksteen, met negblokken verrijkt; dubbele ontlastingsboogjes van een rollaag en een platte laag, en een gemeenschappelijke, accoladevormige ontlastingsboog van een rollaag en een platte laag; twee rechthoekige, kalkstenen venstertjes met negblokken, de onderdorpels zijn door een smalle kalkstenen band met elkaar verbonden.

Het rechter huis is grondig aangepast in de 18de eeuw; diephuis van twee traveeën onder schilddak (kunstleien), eveneens voorzien van een recent aanbouwsel; kalkstenen band op de bovenverdieping; kalkstenen wapenschild met de initialen RVD; getoogd venster in een rechthoekige kalkstenen omlijsting met sluitsteen; hierboven twee gedichte venstertjes waarvan de ontlastingsboogjes bewaard bleven; rechthoekig, aangepast venster in een vlakke kalkstenen omlijsting op de bovenverdieping.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Huis De Gulden Lelie [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22745 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.