Zogenaamd huis "In de Rode Engel", imposant breedhuis, gelegen op de hoek van de Plankstraat, waarschijnlijk op de plaats van het voormalige kapittelhuis; de ruimte ervoor mogelijk het kanunnikenhof. Drie traveeën en drie bouwlagen onder wolvedak (kunstleien) met ijzeren windvaan in de vorm van een roodgeschilderde engel, uit de 18de eeuw, doch met neoclassicistische voorgevelordonnantie uit de tweede helft van de 19de eeuw.
Bakstenen gebouw met gecementeerde en beschilderde lijstgevel (imitatiebanden) voorzien van een houten kroonlijst op consoles, alternerend met de casementen van het fries. Getoogde vensters in een geprofileerde omlijsting met oren en versierde sluitsteen. Aangepaste begane grond. Linker zijgevel voorzien van gesmeed ijzeren muurankers; rechthoekige muuropeningen en halfrond zoldervenster.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Huis In de Rode Engel [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22898 Geraadpleegd op 12-11-2019

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen."
Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan.
Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen."
Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.
Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be