Fraai herenhuis - thans school -, gelegen op de plaats van het voormalige refugiehuis van de abdij van Terbeek; ruim, doch verwilderd park, met enkele mooie oude bomen, aan de straatzijde afgesloten door een laag muurtje met een gesmeed ijzeren hek; in het park is de bouw van nieuwe lokalen aan de gang.
Dubbelhuis van elf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (kunstleien) met klokkenruitertje boven de derde travee, uit de eerste helft van de 19de eeuw. Bakstenen gebouw op een gepikte plint; onder de houten kroonlijst zijn de steigergaten gevuld met medaillons (mascaronmotief). Rechthoekige vensters in een vlakke, geriemde omlijsting van stuc; de benedenvensters schijnen van hardsteen te zijn, en zijn voorzien van persiennes; bewaarde stolpramen met bovenlicht en afgeronde binnenhoeken; inzwenkende panelen van stuc boven de lateien. Twee rechthoekige deuren in een geriemde, hardstenen omlijsting op neuten; oorspronkelijk houtwerk met fraaie ijzeren roedeverdeling en glas van verschillende soorten en kleuren; de linker deur is voorzien van een glazen marquise. Gelijkaardige achtergevel. Zijgevels afgewerkt met aandaken en vlechtingen; gesmeed ijzeren muurankers; twee oculi in de top.
Tegen de linker zijgevel is een houten wintertuin aangebouwd.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Herenhuis Villa De Raam [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22983 Geraadpleegd op 12-11-2019
Eén van de mooiste zalen in het land. De academiezaal van het Klein-Seminarie onderlijnt de betekenis van deze instelling als het intellectueel centrum van Limburg vanaf 1843 tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarbij was vooral na de lessen aandacht voor Nederlandse letterkunde.
De Gentse stadsarchitect Louis Roelandt was door de test
aangezocht om hun hospitaal voor geesteszieke vrouwen te bouwen. Hij ontwierp ook samen met zijn leerling Isidore Gerard de neogotische toren van de hoofdkerk.

Door de scheiding van de beide Limburgen in 1839 moest het Klein-Seminarie van het bisdom Luik verhuizen van Rolduc, nu Nederlands gebied, naar de vroegere abdijsite in Sint-Truiden. Bisschop Van Bommel besefte het belang van dit opleidingscentrum. Bij het enorme complex in de binnenstad was ook een a salle de rhétorique voorzien voor de seminaristen. Het werd tussen 1845 en 1852 een achthoekige centraalbouw met korinthische gegleufde zuilen onder een bijzonder rijkelijk uitgewerkte stucwerkzoldering

. De amfitheatervorm zorgt voor een intimistische verbondenheid van publiek met acteurs op de parterre en een goede akoestiek.
In 1845 was in de zaal het taalgenootschap Utile Dulci actief dat het Nederlands beoefende. Ook een Franstalige tegenhanger, de Société de littérature française, kortweg de Academie, was er bedrijvig. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd zorgde af en toe voor wrijvingen, maar uiteindelijk liep toch iedereen in de pas.
Bij de start van de restauratie in 1986 door Herman Vanmeer in opdracht van erfpachthouder stad Sint-Truiden werd vooral de stabiliteit van de zaal hersteld en teruggegrepen naar de oorspronkelijke uitvoering van de "gradins" en de toneelscène. Voor het zitcomfort werd één rij verwijderd, wat het aantal zitplaatsen op 290 vastlegt, eventueel uitbreidbaar. De moderne lichtarmaturen zijn een ontwerp van Herman Blondeel. Een moderne foyer met technische ruimten werd aan de kant van het kerkveld toegevoegd.
Momenteel gebeuren in de akoestisch geschikte Academiezaal regelmatig muziekopnames en is een klassiek programma van internationaal niveau kamermuziek, kamerorkest en muziektheater uitgewerkt in het kader van de werking van cultuurcentrum de Bogaard.