Pastorie Salvator Mundiparochie

Voormalige pastorie, later tot herberg omgebouwd. Het gebouw ligt achteruit ten opzichte van de straat, die hier met platanen beboomd is; een bakstenen muur en een ijzeren hekje sluiten de voortuin van de straat af; enkele fruitbomen in de onmiddellijke omgeving, en een perelaar tegen de voorgevel; het pand grenst ten noordwesten en zuidwesten aan het kerkhof.

Alleenstaand breedhuis van het dubbelhuistype, drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (Vlaamse pannen), uit de eerste helft van de 18de eeuw. Bakstenen gebouw met witgekalkte voorgevel op een gepikte plint. Twee aangepaste, kalkstenen kruiskozijnen op de benedenverdieping, drie aangepaste kalkstenen bolkozijnen (?) op de bovenverdieping, en twee zolderluiken. Rechthoekige, kalkstenen deur op neuten met bovenlicht en kalkstenen tussendorpel. De achtergevel telt vijf traveeën; aangepaste kruiskozijnen op de benedenverdieping, behouden bolkozijnen met kwarthol profiel op de bovenverdieping; vijf zolderluiken. Deur zoals in de voorgevel. Zijgevels met aandaken en muurvlechtingen.

Aan weerszij, twee aanleunende gebouwtjes van één travee en één bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen); het rechtse is voorzien van een rechthoekige deur in een houten omlijsting, met houten bovenlicht. Zijgevels met aandaken en vlechtingen.

Ten zuidwesten en ten noordoosten, recentere bakstenen stallen.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Pastorie Salvator Mundiparochie [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23011 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

As we carnaval gon viere in Sintruin

As we carnaval gon viere in Sintruin

Ref.
As
we carnaval gon viere in Sintruin,
Loote wee de klokke van den toure luin,
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Loepe wee ni recht, ma loepe feelinks schuin.
As
we carnaval gon viere in Sintruin,
Dreinke wee e pintje en gon haand in haand,
Vör te daasten albedieën rond de Latsjaan.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.

Iederien du mie, och de Gemeinterood,
Effekes de tuigels los kan ginne kood,
Iel het joor ston zijlinks al in vlam en vuur,
Vuir et goed van ’t Stadsbestuur.
Carnaval da zit doe in, da vuul dzje zelf,
Telt ze mèr, die groep is och bè drei maal elf.
En de boug kan alted ni gespanne ston,
Doever loote ze un dan ins per joor ins gon.

Ref.

En vuir goed te fieëste, is doo ‘t Fiestcomiteit,
Dei kreige subsidies och op stond en tijd,
Ma ze moete luistere noo et Stadsbestuur,
Gelèk de Rood van de Commeduur,
Vesteloovet is doe toch vuir iel de stad,
Ozze carnavalsgroepe dee weite da,
En as Scheipe va Plezier roep ich och ‘Vuur!’
Carnaval da is en echte volkscultuur.

Ref.
Ref.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.



21 Sintruinse miezengers, Sint-Truiden: Het Feestcomité, 1999. Tekst Rudi Festraerts en muziek Ray Heeren. Gezongen door Marcel Gelders, schepen van o.m. cultuur en feestelijkheden.