Londen 28.11.1811 – Sint-Truiden 24.06.1882 , x Laure Travers
Geboren Hanover Square, Londen. Zoon van Thomas en Elisabeth Stevens. Neefje van Margaret, gehuwd met textielbaron Tiberghien. Beheerder mechanische vlasspinnerij Mechelen 1840. Organiseerde boorproef naar steenkool Nieuwenhoven 1861. Beheerder brandverzekeraar Propriétaires réunis en diverse banken. Vandaar investeringen in Europese drinkwaterleidingen, Luikse wapenindustrie en Haspengouwse bietsuiker. Voorzitter mijnmaatschappij Mariemont 1880.
Huwde in Luik 1883 met generaalsdochter Laure Françoise Antoinette Travers (1812–1895), erfgename familie Neys. Baron 1851. Bouwheer neo-Tudor-kasteel Nieuwenhoven 1863 naar ontwerp van architect Isidore Gerard. Vader van Edouard, gevolmachtigd minister in GB, en van senator Edmond. Wapen: gevierendeeld, in 1 en 4 hermelijnkruis op groen, bovenaan in 1 zilveren hoofd van bok, Whetnall. In 2 en 3 gevierendeeld: in 1 en 4 vijf aangestoken zwarte granaten op zilver, in 2 en 3 op zwart een klauwende gouden leeuw, Travers. Wapendragers leeuw en bok. Bok als helmteken.
Leuze Virtute et fortitudine .

Te Engelmanshoven heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:
'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',
dan kwamen ze uw werk doen. '
Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.
'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.
Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.
'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'
Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:
'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!'
en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.
Opgetekend door F. Beckers in 1948