Domein Wit Kasteel

Domein Wit Kasteel


Landgoed van ongeveer 40 ha met kasteel en hoeve uit de 17de tot de 20ste eeuw, en een park met vijver in landschappelijke stijl van ongeveer 4 ha, uit de tweede helft van de 19de eeuw; oudere stichting van feodale oorsprong.

Het goed is gelegen aan de Naamsesteenweg en de Truilingenstraat, op de zuidflank van de Cicindriabeek, ten noordwesten van het dorp, in een landelijke omgeving met boomgaarden, maar werd recent verstoord door de renbaan bij het Rood kasteel of het oude Alstergoed.

Reeds vermeld in 1396, was het aanvankelijk als achterleen van de heerlijkheid Heers in handen van de familie van Hinnisdael tot het langs vrouwelijke lijn eerst overging naar de familie de Heusch, dan naar de Moffarts om in de 18de eeuw steeds langs moederszijde vererfd te worden door de familie de Brouckmans. Van hen kreeg het kasteeldomein zijn naam.

Het Primitief kadasterplan (1824) en de legger noteren meerdere orthogonaal in het landschap lopende dreven (nr. 68, 69, 72, 73), een omgrachte tuin (perceel 62) ten zuidoosten van het kasteel (nr. 60, 60 bis, 61), een eveneens omgrachte ronde eilandtuin (nr. 65, als 'plaisiertuin') met eigen waterpartij ten noorden, een lusttuin (nr. 66), tuinen (nr. 53, 57, 58) en boomgaarden (nr. 50, 51, 52, 56, 71, 74, 75), gegevens die op enkele dreven na door de kaart van Bonniver (circa 1825) bevestigd worden. Ter hoogte van de toegang aan het eind van een dreef naar de binnenkoer, lag een bakhuis bij een langerekte 'poel als dreef'. Op dat ogenblik is weduwe 'de Brouckmans' eigenaar. Philippe de Cors­warem (1759-1839) maakte in die periode een tekening uit het westen. Gecombineerd met de kadastergegevens geven ze een beeld van het goed zoals het tot midden van de 19de eeuw was bewaard, met de gebouwen rond de langgerekte binnenplaats. Op de westzijde een muur van zeven traveeën tussen muurpilasters met centraal vooruitspringend inrijhek tussen hogere pijlers met bolbekroning. Als hoofdtoegang is die gemarkeerd door twee hoge bomen op het erf. De slechts ten dele getekende poort met ­gelijkaardige hekpijler in een muur tussen het wagenhuis en de vakwerkschuur in de noordvleugel, leidde naar een brede dreef, richting Straeten. Een overluifelde poort in de hoek tussen het kasteel ten oosten, en de stalvleugel ten zuiden, gaf uit op 'den Muijzen weg', vanwaar een laantje vertrok naar de weg naar Velm. Deze verbindingswegen herkent men in de Atlas der Buurtwegen.

Samen met een boerenerf met brouwerij (percelen 54 en 55) verdwijnt dit laantje in 1852 en verschijnt de huidige Truilingenstraat, parallel aan de vroegere Muizenweg, waarvan na herpercelering in 1857 geen spoor meer over is. Deze inname of enclosure ­ kadert in de verlandschappelijking van het geheel. Immers de Dépot-kaart (opname 1871, uitgave 1877) geeft een parkaanleg in landschappelijke stijl ten oosten van het kasteel, hoewel de verdwijning van de geometrische aanleg maar in 1920 kadastraal werd opgemeten. Het park strekt zich uit ten zuiden en ten oosten van de oude gracht    – met grillige maar strakke vorm – en heeft een ingekeerd karakter, vermits een dichte groene gordel het aan alle zijden i­nsluit. De parkpaden kronkelen rond ovale boom- en struikmassieven. Ten noorden en ten westen van het kasteel strekken zich boomgaarden uit. In de tweede uitgave van 1897 (terreinopname 1885), door het ICM, is de toestand ongewijzigd, maar niet bij de terreinopname van 1933 (uitgave 1946) voor de stafkaart. De oude gracht is in een grillige vijver veranderd, het park en de paden zijn verdwenen en slechts een bosje ten oosten, als scherm voor de bebouwing in de Heusdenstraat, blijft over. Vermoedelijk heeft de landbouwfunctie de overhand gekregen en het park verdrongen en is het recreatief aspect beperkt tot de siertuin op de binnenkoer, op de kaart aangeduid als een ovaal tussen de gebouwen.

Een 19de-eeuwse postkaart schijnt dit te bevestigen. Ze toont het wit geschilderd kasteel, dat sedert Corswarems tekening vergroot en verbouwd werd, een nieuw poortgebouw kreeg en een nieuw wagenhuis. Op het erf valt een buxusbol op en is er een holliggend grasveld. De Italiaanse populieren die Corswarem suggereert, ziet men ook op de postkaart. Ook in de huidige toestand herkent men de oude configuratie.

De huidige oprijlaan in kiezel vertrekt vanaf de steenweg, deels als dreef van bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), naar het toegangshek op de noordwestzijde van het erf. Het monumentaal hek telt 13 traveeën van zwart geschilderd smeedijzer op een plint van blauwe hardsteen en dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw. Het recht hek heeft eenvoudige stijlen, onder- en dubbele bovenregels, spijlen met lanspunt en korte onderspijltjes. De zes fraaie gecanneleerde zuilen zijn van gietijzer, staan op een voetstuk in de plint en hebben een uitgewerkt postament in neorenaissancestijl naar Vredeman De Vries, nu zonder bekroning en een maskermotief ter hoogte van de bovenregels. Het ingangshek heeft een klimmend beloop voor de spijlen en een geajoureerde plint van in cirkels ingeschreven klaverbladmotief. De flankerende eerste tra­veeën hebben een hol beloop voor de bovenregels.

De tweede korte, nu afgeschafte rechte oprit in ­kassei, vertrekt vanaf de Truilingenstraat door een laagstamboomgaard, naar het poortgebouw in de  zuid­vleugel. Een haag van éénstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) is de begrenzing langs de straat. Het gekasseid, rechthoekig ereplein ligt tussen de U-vormig ingeplante gebouwen en het monumentaal inrijhek en heeft centraal een cirkelvormig grasperk en kleinere rechthoekige grasvlakken. Schamppalen. Het park ten zuidoosten van het kasteel is samen met de toegangsdreef gekadastreerd in 1920, maar aangelegd in de tweede helft van de 19de eeuw. De uitgestrekte waterpartij, pas gekadastreerd in 1984, is ontstaan uit de verlandschappelijking van het oude grachtensysteem en de 'plaisiertuin'. Een sierlijke witgeschilderde boogbrug uit de tweede helft van de 19de eeuw, ligt over de zuidelijke arm van de vijver. De brugleuning bestaat uit een reeks gekoppelde slanke S-volutes tussen de onderregel en de handgreep, vertrekkend uit volutes.

Bomen

Honingboom (Sophora japonica) (460 cm stamomtrek op 150 cm hoogte, opengebarsten). Bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') en in de dreef met een gemiddelde stamomtrek van 205 cm op 150 cm hoogte. Verder niet bezocht.


Bron: DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen,                  Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs:  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum: 2003

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Domein Wit Kasteel [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/303480 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

Domein Wit Kasteel Kerkom

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Beiaardklanken en biggengeschreeuw

Aldous Huxley.

Hij durfde ooit te schrijven over ons, Truienaren: Sommigen maken laken, sommigen suiker. Enkelen hebben cultuur, de rest helemaal niet!
Als bewijs van het tegendeel hangt aan een gevel op de Grote Markt sinds 1968 zijn naam in bronzen letters: Aldous Huxley.

Een aardige Belgische.

Huxley was een telg uit een Brits geslacht van beroemde en bijzonder knappe koppen. Hij studeerde letterkunde in Eton en Oxford. Op een feestje met Kerst 1915 in Engeland viel hem de frèle Maria Nijs op, een Belgische oorlogsvluchtelinge met grote, groenblauwe ogen. Ik heb tenslotte ook een aardige Belgische ontdekt, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, meende de slungelachtige, bijziende romanschrijver. Maria’s vader was een Kortrijkse textielbaron, maar moeder Marguerite Baltus stamde uit Sint-Truiden. De rijke koopmansfamilie Baltus woonde in het huis In de Roos op de Grote Markt. Van het een kwam het ander en na de Grote Oorlog trouwde Aldous met Maria. Rond die tijd verbleef de Brit bij oom Baltus in Sint-Truiden.

De inspiratie voor zijn novelle Uncle Spencer uit 1924 deed hij toen op. Het verzonnen Longres uit de novelle is Sint-Truiden, afgebeeld als zedig provinciestadje met een aardige burgerij. Ons interesseren natuurlijk de herkenningspunten : de onontkoombare beiaarddeuntjes, het stille begijnhof, het stadhuis in zachtgele pleister, de kermisattracties met de Dikke Madam die haar gezicht kon wassen met haar tiekes… De diervriendelijke Duitse bezetter beboette iedereen die nog varkens aan oren en staart over de zaterdagmarkt sleurde. Geen enkele verordening zat de boeren meer dwars dan deze.

Een citaat in de originele taal, waarin Huxley beschrijft hoe de Truienaren weerwraak namen op de arme biggen na het vertrek van de Duitsers eind november 1918: The first Saturday after the departure of the German troops was a bad morning fort he pigs. To carry a pig by the tail was an outward and visible symbol of revovered liberty; and the squeals of the porkers mingled with the cheers of the population and the trills and clashing harmonies of the bells awakened by the carilloneur from their four years’ silence. By ten o’clock the market was over. 

Het Minderbroedersplein heette 'varkensmarkt' in de volksmond


Globetrotter Huxley werd in 1932 wereldberoemd door zijn bittere toekomstroman Brave New World en in 1954 met The Doors of Perception, een verslag van zijn experimenten met de druk mescaline. Maria stierf in 1955 en Aldous in 1963 te Los Angeles, net op de dag waarop president Kennedy werd vermoord.



Huxley-vorser
Leraar Roger Collart (+1996) was wel de hardnekkigste Huxley-vorser in onze stad. Zijn vaak gevraagde vertaling van Uncle Spencer wacht nog altijd op een uitgever! Ook Louis Sterken, Guido Wulms, Frank Decat, Danny Gennez en Jean-Pierre Rondas schreven over Aldous in Sint-Truiden. Huxley houdt de aandacht levend: in Munster (D.) is een heus studiecentrum gehuisvest. De Antwerpse sensatiejournalist en latere crimi-auteur Stan Lauryssens bracht een boek uit over Maria Nijs en haar stormachtige liefdesleven.