Luik 01.11.1843 – Elsene 28.03.1913 , x gravin Nathalie d’Oultremont
Zoon van kasteelheer-nijveraar Charles en Laure Travers. Jonkheer, baron 1871. Kasteelheer Nieuwenhoven. Broer van diplomaat Edouard. Wijsbegeerte en Letteren 1863 en rechten 1864 te Luik. Huwde met dochter van d’Oultremont van Duras-Bonham. Gemeenteraadslid 1869 en burgemeester Nieuwerkerken 1869-1899. Provincieraadslid 1874-1887. Katholiek senator ter vervanging van Oscar Coemans 1887-1913, ook quaestor vanaf 1897. Eed in het Nederlands, ongebruikelijk. Inzet voor openbare werken en vervoer in Limburg. Kocht kasteel Sint-Jansberg Zelem 1896 en ijverde voor nieuwbouw kerk Schakkebroek 1906.
Betrokken bij steengroeven Ramelot en Terwagne 1875, steenkoolmijn van Mariemont 1886-1912, en verzekeringsmaatschappijen zoals de Compagnie des propriétaires réunis en La Nationale belge. Lid beheerraad Beroeps- en Huishoudsschool Sint-Truiden 1900-1901. Corresponderend lid Provinciaal comité voor openbare gezondheid. Erfde kasteel Brandepoel Alken, korte tijd verhuurd aan Assumptionisten Zepperen. Woning in Elsene. Begraven in Melveren. Schoonvader van advocaat-volksvertegenwoordiger Charles Ullens de Schooten (Antwerpen 1854-1908).
Ref.
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Loote wee de klokke van den toure luin,
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Loepe wee ni recht, ma loepe feelinks schuin.
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Dreinke wee e pintje en gon haand in haand,
Vör te daasten albedieën rond de Latsjaan.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.
Iederien du mie, och de Gemeinterood,
Effekes de tuigels los kan ginne kood,
Iel het joor ston zijlinks al in vlam en vuur,
Vuir et goed van ’t Stadsbestuur.
Carnaval da zit doe in, da vuul dzje zelf,
Telt ze mèr, die groep is och bè drei maal elf.
En de boug kan alted ni gespanne ston,
Doever loote ze un dan ins per joor ins gon.
Ref.
En vuir goed te fieëste, is doo ‘t Fiestcomiteit,
Dei kreige subsidies och op stond en tijd,
Ma ze moete luistere noo et Stadsbestuur,
Gelèk de Rood van de Commeduur,
Vesteloovet is doe toch vuir iel de stad,
Ozze carnavalsgroepe dee weite da,
En as Scheipe va Plezier roep ich och ‘Vuur!’
Carnaval da is en echte volkscultuur.
Ref.
Ref.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.