Spoorwegbedding lijn 23 Drieslinter-Tongeren

Deze spoorlijn maakte deel uit van de spoorweg tussen Drieslinter en Tongeren. Vanaf 1870 werd er, met het oog op economische winst, sterk gelobbyd voor de aanleg van een goederenspoorlijn Tienen – Sint-Truiden -Tongeren – Visé. Deze spoorweg was bedoeld voor transport van suikerbieten naar de fabrieken van Tienen, Hoepertingen en Sint-Truiden, transport van vee van en naar de markten van Tienen en Tongeren, voor de opkomende export van de 304755 in Haspengouw en strovlechtwerk uit de Jekervallei en transport van kalksteen uit de mergelontginningen nabij Visé. Er werden verschillende concessies ingediend voor deze verbinding door private investeerders, maar enkel het traject Drieslinter-Tongeren werd vergund. De staat vreesde immers te veel concurrentie met de eigen, al bestaande, spoorlijn Tienen-Landen-Luik.

De opdracht tot aanleg van de spoorweg en stationsgebouwen werd in 1875 vergund aan de Banque de Belgique en moest binnen de 3 jaar opgeleverd worden. Dit lukte voor het gedeelte Neerlinter-Sint-Truiden, dat op 27 mei 1878 ingereden werd. Het verdere traject richting Tongeren liep echter vertraging op en werd pas geopend op 10 september 1879 voor reizigers en 5 dagen later voor goederen. De strenge winter van 1878-1879 en het heuvelende landschap bemoeilijkten de terreinwerkzaamheden: de spoorweg moest afwisselend ingesneden en op een dijk aangelegd worden. Vanaf 1870 was een nationalisatiegolf van het Belgische spoorwegennetwerk op gang gekomen zodat de exploitatie van deze lijn direct in handen kwam van de staatsspoorwegen.

De aanleg van stationsgebouwen in Zoutleeuw, Ordingen, Borgloon en Piringen maakte deel uit van de opdracht en alle gebouwen zijn van hetzelfde ‘Banque de Belgique’- type dat ook nog terug te vinden is op andere spoorlijnen die aangelegd werden door deze maatschappij. Enkel het 304755 van Piringen, gelegen aan het spoor buiten de dorpskern, bleef gaaf bewaard. Het station van Borgloon werd afgebroken in 1980.

De nieuwe spoorlijn zorgde voor de industriële ontwikkeling van het tot dan toe weinig ontsloten Haspengouw. Onder andere stroopfabrikanten en fruitgroothandelaars vestigden zich langs het spoor en nabij de stationssites of halteplaatsen. Vooral de voormalige stationssite van Borgloon groeide uit tot een industriegebied avant-la-lettre met de vestiging van 4 fruitgroothandelaars en 3 stroopfabrieken. Twee daarvan, 304755 en 304755, bleven tot op vandaag bewaard. Bij de halteplaats van Kerniel was een 304755 aanwezig vlak langs het spoor en ook bij dat van Jesseren was een stroopfabriek. Deze laatste werd afgebroken in 1999.

Het toenemende vervoer zorgde voor een uitbreiding van de stopplaatsen en halteplaatsen langs het traject tussen 1893 en 1912. De halteplaatsen werden door de staatsspoorwegen uitgerust met een klein haltestationnetje, zonder voorzieningen voor goederenverkeer. Wilderen, Melveren, Hoepertingen en Kerniel werden opgewaardeerd tot halteplaats. De voormalige stationnetjes van Wilderen en Hoepertingen zijn er nog steeds en worden nu respectievelijk als gasthuis en woning gebruikt. De halteplaatsen Jesseren, Kerniel en Hoepertingen groeiden onder andere onder invloed van de aanwezige stroopfabrieken, uit tot een volwaardig station. Het, gaaf bewaarde 304755 werd door de staatsspoorwegen al aangelegd in 1897. Kerniel en Hoepertingen, die pas later halteplaatsen geworden waren, kregen respectievelijk in 1906 en 1908 een volwaardig station.

In 1957 werd het reizigersverkeer opgeheven en ook het goederenverkeer nam geleidelijk af. De hoogdagen van de stroopindustrie waren voorbij. Dit kwam voornamelijk door een afnemende marktvraag vanaf 1960, maar werd verder versterkt door de stijgende prijzen voor bieten en door de afnemende beschikbaarheid van hoogstamfruit, beide basisgrondstoffen voor de stroopindustrie. Ook de fruitexport kampte op dat ogenblik met problemen en het fruitvervoer werd meer en meer via wegtransport verzorgd. Dit leidde ertoe dat ook het goederentransport in verschillende fases werd stopgezet. De lijn Sint-Truiden – Drieslinter werd het eerst gesloten in 1958. In 1964 sloot het gedeelte tussen Hoepertingen en Borgloon, in 1968 gevolgd door opheffing van het goederenverkeer tussen Hoepertingen en Ordeningen en tussen Borgloon en Tongeren. In 1970 sloot het traject Melveren-Ordeningen. Het gedeelte tussen Melveren en Sint-Truiden hield het langst stand en werd pas opgeheven in 1980. Toch reed er nog goederenverkeer tussen Sint-Truiden en Bernissem tot 1988. Deze stopplaats werd bediend door het station van Ordeningen. Vanaf 1968 tot 1989 werden ook de sporen stelselmatig opgebroken.

Vanaf 1992 werd op de voormalige spoorwegzate, circa 33 km lang, over grote delen een fietspad aangelegd. Er ligt een fietspad tussen Drieslinter en Sint-Truiden, Sint-Truiden en Borgloon, de Loonse stroopfabriek en Gors-Opleeuw en tussen Jesseren en Piringen. Alleen het spoor in Sint-Truiden zelf is nog in gebruik als spoorweg voor de lijn Landen-Hasselt.

Delen zijn nog volledig verwilderd en als een soort bosstrook zichtbaar in het landschap. Een klein gedeelte in Borgloon (Meersbeemden, Kuttekoven) en Tongeren (nabij Maastrichtersteenweg), wordt beheerd door natuurpunt. Hier komen soorten voor die nergens anders in Haspengouw te vinden zijn zoals knolsteenbreek, bosanemoon, slanke sleutelbloem, wilde marjolein, muskuskruid en brede wespenorchis. Ook hazelwormen, wijngaardslakken en dassen voelen zich hier thuis. Het grootste deel van de voormalige spoorweg is biologisch zeer waardevol.

In oktober 2017 sloot de Provincie Limburg een akkoord met de NMBS over de aankoop van de stukken voormalige spoorweg tussen Tongeren en Borgloon met als doel het hele fruitspoor toegankelijk te maken en om te vormen tot een toeristische attractie.


Bron     : -
Auteurs :  De Haan, Aukje, Kinnaer, Anse
Datum  : 2017

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Spoorwegbedding lijn 23 Drieslinter-Tongeren [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/304755 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Academiezaal

Eén van de mooiste zalen van het land

Rockband Editors in de Academiezaal. Bron: https://i.pinimg.com/originals/ea/98/e6/ea98e6fd6811ad77a69f3d6c33d15056.jpg

Academiezaal

360°-weergave


Geschiedenis

Eén van de mooiste zalen in het land. De academiezaal van het Klein-Seminarie onderlijnt de betekenis van deze instelling als het intellectueel centrum van Limburg vanaf 1843 tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarbij was vooral na de lessen aandacht voor Nederlandse letterkunde.

De Gentse stadsarchitect Louis Roelandt was door de test

 aangezocht om hun hospitaal voor geesteszieke vrouwen te bouwen. Hij ontwierp ook samen met zijn leerling Isidore Gerard de neogotische toren  van de hoofdkerk.

                                  Louis Roelandt

Door de scheiding van de beide Limburgen in 1839 moest het Klein-Seminarie van het bisdom Luik verhuizen van Rolduc, nu Nederlands gebied, naar de vroegere abdijsite in Sint-Truiden. Bisschop Van Bommel besefte het belang van dit opleidingscentrum. Bij het enorme complex in de binnenstad was ook een a salle de rhétorique voorzien voor de seminaristen. Het werd tussen 1845 en 1852 een achthoekige centraalbouw met korinthische gegleufde zuilen onder een bijzonder rijkelijk uitgewerkte stucwerkzoldering

detail stuckwerk amfitheater


. De amfitheatervorm zorgt voor een intimistische verbondenheid van publiek met acteurs op de parterre en een goede akoestiek.

In 1845 was in de zaal het taalgenootschap Utile Dulci actief dat het Nederlands beoefende. Ook een Franstalige tegenhanger, de Société de littérature française, kortweg de Academie, was er bedrijvig. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd zorgde af en toe voor wrijvingen, maar uiteindelijk liep toch iedereen in de pas.

Bij de start van de restauratie in 1986 door Herman Vanmeer in opdracht van erfpachthouder stad Sint-Truiden werd vooral de stabiliteit van de zaal hersteld en teruggegrepen naar de oorspronkelijke uitvoering van de "gradins" en de toneelscène. Voor het zitcomfort werd één rij verwijderd, wat het aantal zitplaatsen op 290 vastlegt, eventueel uitbreidbaar. De moderne lichtarmaturen zijn een ontwerp van Herman Blondeel. Een moderne foyer met technische ruimten werd aan de kant van het kerkveld toegevoegd. 

Momenteel gebeuren in de akoestisch geschikte Academiezaal regelmatig muziekopnames en is een klassiek programma van internationaal niveau kamermuziek, kamerorkest en muziektheater uitgewerkt in het kader van de werking van cultuurcentrum de Bogaard.

Lit.: L. DE CLERCQ, H. VAN MEER mmv J. GYSELINCK, De Academiezaal te Sint-Truiden: een onbekend oeuvre van de Gentse architect Louis Roelandt (1786-1864), in M&L. Monumenten; Landschappen en Archeologie, jg. 15, nr. 5: september 1996; Els DECONINCK, Religieuze bouwheren engageren grote namen, in Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914, Tentoonstellingen Sint-Trudofeesten 1998, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300, p. 50-78; Clem VERHEYDEN, De academiezaal, een bloeiend podium voor klassiek en modern, in Sint-Truiden, al eeuwen gaststad voor muziek, woord en beeld, Open Monumentendag Vlaanderen, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2012, p.41-45 en 93 (bibliografie)