Herenboerenparkje uit de 19de eeuw met hekwerk en hoge bomenkruinen die mede het karakter van de plek in het dorpscentrum bepalen.

Het herenboerenparkje uit de tweede helft van de 19de eeuw, op de hoek met de Davidstraat en bij een huis uit 1810, vergroot kort vóór 1881, bezit markante bomen. De voortuin aan het plein, heeft een recent gerestaureerd, eenvoudig smeedijzeren spijlenhek tussen stijlen op een laag bakstenen muurtje met afgerond beloop. De centrale hekpijlers zijn verdwenen. Twee imposante geknotte, uitgegroeide Noorse esdoorns (Acer platanoides) (300cm) en recente aanleg met bolesdoorn (Acer platanoides 'Globosum').
Aan de Davidstraat, is er een secundair ingangshek naar de voortuin op een lage bakstenen plint: hekspijlen tussen fraaie gietijzeren stijlen met bolbekroning. In het verlengde loopt een hogere bakstenen tuinmuur met een poorthek tussen vierkante bakstenen hekpijlers met nieuw gepleisterde gesteelde uibekroning naar het parkje achter het huis.
Treurbeuk (Fagus sylvatica 'Pendula'), naast gewone esdoorn met bont blad (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') (230cm stamomtrek, standaard gemeten op 150 cm hoogte), zwarte els met ingesneden blad (Alnus glutinosa 'Imperialis') (128cm), bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') (310cm), (Fraxinus excelsior 'Pendula') (77cm), hangende zilverlinde (Tilia petiolaris) (354cm).
Ten zuiden hiervan en ter plaatse van de gesloopte hoevegebouwen, werd een nieuwe tuin met tuinkamers aangelegd, ontworpen door Reynders uit Zonhoven in 1989 en verfraaid met een gietijzeren Medici-vaas met oren op dito sokkel van de gieterij Brialmont in Sint-Truiden. Aan de straatkant bleef deels de gevel van de gesloopte dwarsschuur als nieuwe tuinmuur overeind. Ernaast, het inrijhek naar het erf tussen classicistische hekpijlers van baksteen. Ten westen, ligt de moestuin, partieel in bedrijf.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Herenboerenparkje [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/303505 Geraadpleegd op 12-11-2019
In 1879 werd een spoorlijn geopend tussen Neerlinter en Tongeren. Vooral bedoeld om in onze omgeving bietsuikerfabrieken (Ordingen en Bernissem) en de opkomende fruitexport naar het Duitse Ruhrgebied te bedienen. Door het heuvelige terrein waren dijken en doorsnijdingen noodzakelijk. Zo ook op de Honsberg op het drielandenpunt tussen Ordingen-Rijkel-Zepperen, met overbrugging.

Het private project voor Aken-Brussel mocht niet concurreren met de bestaande staatslijn Tienen-Luik en werd dus beperkt tot een kronkelend tracé Neerlinter-Tongeren. Aanvankelijk waren er ook weinig haltes (Zoutleeuw, Ordingen, Borgloon en Pringen), maar dat werd in 1897 aangevuld met haltes in Wilderen, Melveren, Bernissem, Hoepertingen, Kerniel en Jesseren) Daarom kreeg het bareelwachtershuisje uit 1878 in Wilderen in 1896 een heus station tegenover zich.

In de Eerste Wereldoorlog werkten de Duitsers aan de missing link Tongeren-Aken met viaduct in Sint-Martensvoeren.

In 1957 werd het personenvervoer op deze lijn 23 gestopt en vervangen door autobuslijnen. In 1968-1988 verdween ook het goederenvervoer voor lokale nijverheden. De sporen werden geleidelijk opgebroken tussen 1968 en 1989. In 1992 kwam er een toeristisch fietspad op het (deels) bewaard gebleven tracé.
Ordingen werd, weliswaar meer naar Zepperen toe, een draaischijf van goederen- en personenverkeer. En uiteraard kwam er de onvermijdelijke stationsherberg (1895). Het station maakte plaats voor de N718, bedoeld als oostelijke omleiding rond Sint-Truiden en aansluiting op de beruchte A24-autosnelweg., maar slechts uitgevoerd tussen Melveren en Ordingen.

Jammer genoeg waren spoorlijn en brug ook plaatsen van wanhoopsdaden en dramatische ongevallen. Zo ontdekten stationschef Miel Mommen en arbeider Lowieke Mertens in april 1943 'het lijk van een onbekende vrouwspersoon van ongeveer vijf- en twintig jaar'. De vrouw was ongelukkig op een betonnen seindraadpaaltje terechtgekomen bij haar ontsnappingssprong uit het Jodentransport XX vanuit de Dossinkazerne in Mechelen, gesaboteerd in Boortmeerbeek.

Nu is de spoorweg'zate' een verwilderde oase voor wild en vogels, hazelwormen, wijngaardslakken en dassen. Maar ook een magneet voor sluikstorters. Sommige delen van de spoorberm worden beheerd door natuurpunt omwille van de uitzonderlijke flora zoals knolsteenbreek, bosanemoon, slanke sleutelbloem, wilde marjolein, muskuskruid en brede wespenorchis.
