Gesloten hoeve, uit de tweede helft van de 19de eeuw, met gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), gelegen rondom het rechthoekige, geplaveid erf. Belangrijk element in het landschap.
Ten oosten, rechthoekige, houten inrijpoort. Rechts hiervan, ruim boerenhuis (nok evenwijdig aan straat) van zeven traveeën en anderhalve bouwlaag in witgekalkte baksteenbouw op een gepikte plint; licht verhoogde begane grond; rechthoekige muuropeningen. Linker zijgevel met aandak en vlechtingen.
Ten westen, stallingen van 1885. Ten zuiden, dwarsschuur, ouder dan de andere hoevegebouwen; stijl- en regelwerk, de bakstenen vullingen daterend van 1947.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23088 Geraadpleegd op 12-11-2019
Ref.
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Loote wee de klokke van den toure luin,
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Loepe wee ni recht, ma loepe feelinks schuin.
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Dreinke wee e pintje en gon haand in haand,
Vör te daasten albedieën rond de Latsjaan.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.
Iederien du mie, och de Gemeinterood,
Effekes de tuigels los kan ginne kood,
Iel het joor ston zijlinks al in vlam en vuur,
Vuir et goed van ’t Stadsbestuur.
Carnaval da zit doe in, da vuul dzje zelf,
Telt ze mèr, die groep is och bè drei maal elf.
En de boug kan alted ni gespanne ston,
Doever loote ze un dan ins per joor ins gon.
Ref.
En vuir goed te fieëste, is doo ‘t Fiestcomiteit,
Dei kreige subsidies och op stond en tijd,
Ma ze moete luistere noo et Stadsbestuur,
Gelèk de Rood van de Commeduur,
Vesteloovet is doe toch vuir iel de stad,
Ozze carnavalsgroepe dee weite da,
En as Scheipe va Plezier roep ich och ‘Vuur!’
Carnaval da is en echte volkscultuur.
Ref.
Ref.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.