Hoeve Boonen

Gesloten hoeve uit de eerste helft van de 19de eeuw. Verankerde bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), gegroepeerd rondom het geplaveide erf.

Ten oosten, poortgebouw met flankerende stallingen, op de sluitsteen der poort gedateerd M.L.B./1845, doch sterk aangepast in de loop van de 20ste eeuw. Verankerde korfboogpoort in een kalkstenen omlijsting met vlakke neuten, imposten en sluitsteen; de flankerende stallingen zijn voorzien van rechthoekige muuropeningen in vlakke, kalkstenen omlijsting.

Ten westen, woonhuis (nok evenwijdig aan straat) van twee bouwlagen en zes traveeën; de bovenverdieping is mogelijk een verhoging uit de tweede helft van de 19de eeuw. Verhoogde begane grond met kalkstenen keldergaten en een dito kelderdeur. Rechthoekige, kalkstenen muuropeningen, op de eerste bouwlaag, de vensters voorheen beluikt, de twee deuren voorzien van neuten en een dubbele steektrap, de rechtse bovendien met kalkstenen tussendorpel. Getoogde bakstenen vensters op de bovenverdieping; twee bakstenen rondboognissen flankeren de deurtravee. Gelijkaardige achtergevelordonnantie.

Stallingen ten zuiden, zonder noemenswaardigheden.

Ten noorden, dubbele dwarsschuur, voorzien van rondboogpoorten in een kalkstenen omlijsting (vergelijk met de inrijpoort).


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve Boonen [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23133 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.