Hoeve met losstaande bestanddelen, met kern uit de 18de eeuw en dienstgebouwen uit de 19de eeuw, vlak bij de straat gelegen; het centrale gebouw ligt midden van het erf (nok loodrecht op straat), en heeft ijzeren hekjes aan weerszij van de straatgevel; in het verlengde van het rechtse hek een haag. De hoeve, een tweegezinswoning, bestaat uit twee L-vormige gebouwen, alle in wit overkalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen onder zadeldaken (Vlaamse pannen).
Links, hoog woonhuis van vier traveeën (nok loodrecht op straat), met onderkelderde opkamer in de twee eerste traveeën; de bovenbouw vertoont sporen van een rijke houtconstructie; kleine vensters en een deur. De achtergevel is grotendeels versteend.
Aangebouwde travee onder lessenaarsdak tegen de rechter- en linker zijgevel; waterput tegenover laatst genoemde.
De haakse aanbouw is lager, telt vier traveeën en bevat de stal en de schuur; een zolderluik en drie deuren. Aangebouwde travee onder lessenaarsdak tegen de linker zijgevel. Het rechtse gebouw telt vijf traveeën met nok loodrecht op straat (stallen), en een haakse schuur; vier deuren in de stallen, en enkele kleine vensters; een deur in de schuur. De straatgevel is versteend en voorzien van een asbestplaten beschieting.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23157 Geraadpleegd op 12-11-2019

Te Engelmanshoven heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:
'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',
dan kwamen ze uw werk doen. '
Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.
'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.
Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.
'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'
Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:
'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!'
en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.
Opgetekend door F. Beckers in 1948