Hoeve

Hoeve met losstaande bestanddelen, uit de 18de eeuw (?), wat achteruit gelegen ten opzichte van de straat, met een notelaar bij de ingang van het erf, en de moestuin ten noordoosten ervan.

Ten noordwesten, woonhuis van zes traveeën onder zadeldak (nok evenwijdig aan straat, Vlaamse pannen). Overkalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen op een gecementeerde plint. Gecementeerde zuidoostgevel, met onderkelderde opkamer in de eerste travee; twee aangepaste vensters, een getralied bolkozijn in de opkamer, en een deur. De onderkelderde opkamer loopt door over de zuidwestelijke zijgevel naar de achtergevel (laatste twee traveeën). De achtergevel is gedeeltelijk versteend; twee vensters, een bolkozijn in de opkamer, en een deur. Pannen beschieting der zuidwestelijke zijgevel. Bakstenen parement tegen de noordoostelijke zijgevel.

Ten zuidwesten, stallen en dwarsschuur, waarvan slechts de laatste twee traveeën onder schilddak (Vlaamse pannen) in stijl- en regelwerk bewaard bleven; het linkse gedeelte is versteend. Het oorspronkelijke gedeelte is voorzien van een schuurpoort en drie staldeurtjes. Aanleunend, open karrenhuis onder lessenaarsdak tegen de noordwestelijke zijgevel. Ten westen, achter het woonhuis, bakhuis van twee traveeën, in leembouw; erachter een recent dienstgebouwtje.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23170 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.